Dinsdag leek mij een mooie dag om een bezoek te brengen aan het Utrechts Archief. Vroeg uit de veren, want ik besloot om de reis per Openbaar Vervoer te maken.
Maanden geleden had ik een OV-chipkaart aangevraagd en ontvangen. Het was dus tijd om het ding te “activeren”, maar eens te gebruiken dus. Het heeft wel wat om je zo te laten vervoeren, al moet ik zeggen dat het allemaal wel erg lang duurt. Een dikke twee uur had ik nodig om het Archief te bereiken. Daar meldde ik mij bij de balie. Na het inschrijven van mijn ID-gegevens mocht ik doorlopen naar boven waar voor mij een bezoekerspas werd aangemaakt, waarmee ik toegang had tot de studiezaal. De medewerker daar vroeg wat ik wilde opzoeken en hielp mij op weg in de voorhandenzijnde informatie. Dat zijn voor het grootste deel microfiches die met een speciale viewer bekeken kunnen worden. Ik begon met het zoeken naar het adres dat Schenk opgegeven had bij de aangifte van de geboorte van zijn dochter Jeanne, mijn oma. De Zonsteeg in Utrecht heet tegenwoordig Zonstraat, maar was kennelijk veel uitgebreider dan de huidige straat, want hij gaf op te wonen op nummer 329. Hij was niet de enige die op dat idee gekomen is, want er waren wel elf kaarten met 25 microfiches voor dat nummer. Elke foto bevatte een lijst met namen van mensen die op dat huisnummer waren ingeschreven geweest. Maar hoe ik ook zocht, nergens ben ik zijn naam of die van zijn vrouw Christina Wetters tegengekomen. Wel vond ik de naam van Willem Benedictus Stoof. Dit is de kunstschilder die getuige is bij de aangifte van zoontje Alouisius Schenk in 1872. Helaas vergat ik te noteren vanaf welke datum hij daar woonde en tot hoelang. (Ik was toen nog vol goede moed dat ik de vermelding van Schenk zou kunnen vinden.) Toen ik nogmaals zonder succes alle kaatjes had doorgelopen, richtte ik mijn aandacht op de persoonsvermeldingen. Dat zijn lijsten waar alle inwoners van de stad alfabetisch-chaotisch zijn vermeld, met verwijzing naar het adres waar zij woonden. Alfabetisch-chaotisch wil zeggen dat op de lijst alle namen die beginnen met bijvoorbeeld de letter S zijn geschreven in willekeurige volgorde. Hoewel de ambtenaren die dat deden over het algemeen over een redelijk leesbaar handschrift beschikten en kennelijk hun best hebben gedaan om duidelijk te schrijven, was het een langdurige zaak om alle lijsten (ik schat zo’n 4.000 namen) door te nemen. Toch bleef ook dat zonder resultaat. De medewerker merkte mijn moedeloze houding op en kwam maar eens helpen. Maar ook hij moest constateren dat Martinus Schenk niet in de boeken voorkwam. Ik stelde voor om dan maar te zoeken op zijn adres in Maarssen, dat Schenk opgaf bij de geboorte van zijn dochter Joanna in 1870. Maar de burgerlijke stand van Maarssen vermeldde evenmin dat Martinus Schenk daar of elders in de gemeente gewoond heeft. Hoe kan dat nou? Kon overopa Schenk daar zijn gaan wonen zonder zich in de gemeente in te schrijven? Deed hij dat vaker? Is er daarom ook geen gezinskaart op zijn naam gemaakt in Amsterdam? Het is mij een raadsel. Hier in het Archief kom ik daar voorlopig niet verder mee. Daarom had ik nog tijd om een bezoek te brengen aan de bibliotheek van het Museum Catharijneconvent dat maar enkele stappen van het archief verwijderd is. Tevoren had ik al op de website gezien dat er een aantal boeken waren die ik graag eens wilde inzien. De bibliothecaris legde mij heel vriendelijk uit hoe alles werkte en inderdaad was al het materiaal beschikbaar. Alle Gildeboeken mocht ik inzien. Er was een afstudeerscriptie over het Bernulphusgilde van F.S. Hartog-Timmer uit 1988, het boek De Utrechtse School enz. van Arjen Looijenga en een Catalogus met voortbrengselen van Kerkelijke kunst ingezonden door het Utrechtse Kunstenaars Gilde (!) voor de Wereldtentoonstelling in Amsterdam van 1883. (!) achterin staat: ingezonden door de werkende leden van het Sint Bernulphus Gilde.
Hierin lees ik dat er werk te zien is van de architect A.Tepe. O.a. kerken te Avereest, Varik, Angeren, kerk en pastorie van Workum á fl. 90.000,- en de Krijtberg te Amsterdam die minder dan fl. 150.000,- heeft gekost. Van F.W. Mengelberg zijn er beelden, van H. Geuer glas in lood, van Chr. Lindsen voorbeelden van zijn polychromie, decoraties en wandbeschilderingen (hij wordt aangeduid als kunstschilder te Utrecht), van J. Schillemans muurtegels en van D.L.van Kent &Zn schrijnwerk naar tekeningen van Mengelberg. Alle illustraties zijn van Mengelbergs hand en ik vermoed dat Van Heukelum, de deken van het Gilde, hier niet in gekend is. Schenk zat in 1883 in Brussel en is hier dus ook niet voor gevraagd.
Helaas heb ik geen tijd meer om de overige boeken uitvoerig te bestuderen, maar ik heb het gevoel dat ik toch veel wijzer geworden ben over het functioneren van het Gilde. Terugreizend naar huis besef ik mij dat ik mijn OV-chipkaart niet heb uitgecheckt bij het verlaten van de bus, maar dat zien we later dan wel weer.














