Restauratieproject 2

En weer een schilderij gerestaureerd, ditmaal een kleintje 29x38cm (19x28cm, dagmaat).

restau 1

Aan het schilderijtje heb ik niet veel gedaan. Alleen de vergeelde vernis verwijderd. De kleine gaatjes en de spatjes goudverf, die erop waren gekomen toen het lijstje opnieuw werd geschilderd, heb ik laten zitten. Maar wel opnieuw gevernist. Het lijstje repareren was wel een hele klus, maar ik ben er redelijk uitgekomen. Het geheel ziet er weer fris en vrolijk uit. Dus wordt hij toegevoegd aan mijn verzameling van “gewone schilderijen”.

restau 2

Advertenties
Geplaatst in diversen, Geen categorie, kunst | Een reactie plaatsen

Vervolg: Bloemert

Ik blijf nog even in de genealogie en ik beloof u spektakel.
Nu moet u wel bedenken dat hoe verder ik terugga in de tijd, hoe meer ik aangewezen ben op speculatie.

Ik mijn vorig stukje schreef ik over de voorouder Jan Heijsterman, die zijn “zuur” verdiende centjes stak in een azijnfabriek. De generatie Heijsterman, waar mijn betovergrootmoeder toe behoorde, was in mijn ogen stinkend rijk. Toch ontdekte ik dat het familiekapitaal niet alleen afkomstig was van de handel in wijn en het maken van azijn. De eerste azijnmaker Heijsterman had al een flinke duw in de rug gekregen door de goede zaken die zijn vader deed aan het einde van de zeventiende eeuw en ook de erfenis van zijn schoonvader de drogist Cornelis Pijlendaal (1639-1689) gaf hem de mogelijkheden om te ondernemen.
Maar het grote kapitaal was vooral afkomstig van  de moeder van mijn bet-betovergrootmoeder Heijsterman. Zij heette Maria Catharina Blommert. Haar achternaam wordt op veel verschillende manieren geschreven. Behalve Blommert lees ik ook Bloemert of Bloemaert en andere varianten. Zij was een dochter van Nicolaes Bloemert, die een zoon was van Frederik Bloemaert. Onze Nicolaes Bloemert kwam uit Utrecht en was kruidenier (ik denk specerijenhandelaar), een vermogend man. Hij had een buitenplaats in Abcoude en huizen in ’s Graveland, Ankeveen, Nieuwer Amstel en diverse landerijen met wasblekerijen. Maar hij had het ook niet allemaal zelf verdiend. Een belangrijk deel van zijn kapitaal had hij door vererving verkregen via zijn vrouw Maria Codde.

3235 Pieter Codde 02

Pieter Codde, Museum Boijmans van Beuningen, Den Haag

 

De familie Codde was een van de meest vooraanstaande families in de zestiende en zeventiende eeuw. Haar vader was de destijds beroemde kunstschilder Pieter Codde die een leerling was o.a. van Frans Hals en die zelfs enkele van diens schutterstukken heeft afgemaakt als Hals zijn interesse voor het werk in een fles was kwijtgeraakt.

Maria Codde was uiteindelijk de enige erfgenaam van Pieter Codde. Naast haar vaders buitenplaatsen en hofsteden erfde zij ookzijn huizen in Amsterdam in de Kalverstraat, de Sint Antoniesbreestraat en aan de Keizersgracht. Haar vader had wel meerdere kinderen gehad uit zijn twee huwelijken, maar allen zijn kinderloos gestorven. Haar jongste broer was Pieter Codde junior, de bisschop van Sebaste (tijdens de reformatie was dat de aartsbisschop en vicaris van Holland en West-Friesland). Die broer kwam later in conflict met de paus en beticht van Jansenisme. Hoewel hij zich onderwierp aan het pauselijk gezag en naar Rome trok om zijn zaak te bepleiten werd hij toch uit het ambt gezet. Hij keerde terug naar Utrecht en werd zo de eerste bisschop van de Oud Katholieken, los van de Roomse kerk.

De schilder Pieter Codde (1599-1678) liet zijn dochter, Maria dus, trouwen met Nicolaes Bloemaert. Nicolaes was “een lid van een belangrijke schilders familie” las ik in een achttiende-eeuws boek. Daaruit trok ik de conclusie dat Frederik Bloemaert (de vader van Nicolaes) een zoon moest zijn van Abraham Bloemaert. Deze beroemde schilder was in Gorinchem geboren maar geldt als de vader van de Utrechtse School, waar hij het grootste deel van zijn leven woonde en werkte.

Maar helaas de geboorte- en sterfdatum van onze Frederik komen niet overeen met die van de beroemde Frederik Bloemaert, die net als zijn vader kunstschilder was, maar ook dichter, getrouwd met een destijds beroemde zangeres en bevriend met Joost van den Vondel.
Nee, nu denk ik dat onze Frederik een broer of neef was van de Middelburgse schilder Abraham Bloemmaert (1626-1675). Dan was zijn vader waarschijnlijk Nicolaes Blommaert, een officier in het staatse leger, die getrouwd was met Cornelia van Reynegom. Van Reynegom is in het begin van de Republiek een roemrijk en vermogend geslacht dat teruggaat naar Dirk IV van Holland onder andere uit Gouda (zie link in de NOTE hieronder).
Als rechtgeaarde katholiek koos de rijke bierbrouwer Dirk Cornelisz. van Reynegom aanvankelijk de kant van Philips II. Hij werd verbannen uit Gouda en vestigde zich in Naaldwijk. Nazaten van de familie vinden we terug in Brussel en  Mechelen. Maar later ook en vooral in Middelburg in Zeeland. Philippe van Reynegom (de vader van Cornelia en een belangrijk jurist) vestigde zich in Utrecht. Of Cornelia’s man Nicolaes Bloemaert familie was van de Middelburgse schilder Abraham Blommaert heb ik niet kunnen vaststellen, maar dat ligt een beetje voor de hand. Ook in Amsterdam woont een schilder Abraham Bloemert (afkomstig van Middelburg), maar die is veel jonger dan onze Frederik Blommert, de man van Maria Codde.
Het is u nu vast gaan duizelen met al die namen.

Daarom hier een stamlijst:

Ik begin bij mijn oma De Vries en vermeld alleen de geboortedatum van de betreffende ouder en het beroep van de man.

Cornelie Eerdmans (1881) getrouwd met Maurits Leonard de Vries (beambte bij De Bataafse). Dochter van:
Wilhelmina Frederika Arendsen Hein (1856) en Augustinus J.A.F. Eerdmans (koloniaal ambtenaar). Dochter van:
Anna Cornelia Dickelman (1839) en George Hendrik Arendsen Hein (suikerfabrikant). Dochter van:
Jean Henry Dickelman (1789) en Anna Cornelia Kraijenhoff (koloniaal ambtenaar – ass. resident). Zoon van:
Christina Maria Heijsterman (1741) en Jean Henry Dickelman (wijnhandelaar). Dochter van:
Maria Catharina Bloemert (1721) en Johannes Gerardus Heijsterman (azijnfabrikant). Dochter van
Nicolaes Bloemert (1683) en Catharina Pronk (lakenhandelaar en wasbleker).
Zoon van:
Frederik Bloemert (1637) en Maria Codde (“kruidenier” en wasbleker).
Zoon van
Nicolaes Bloemmaert (ca.1612) en Cornelia van Reynegom (Kapitein Cavalerie, grootgrondbezitter en handelaar ?).
Enz enz enz.

U zag hoe het kapitaal zich had opstapelt tot halverwege negentiende eeuw. Vanaf die tijd vindt er een homeopathische verdunning plaats. Hoewel, ik heb mijn huis kunnen aanbetalen met de erfenis van mijn oma De Vries-Eerdmans.

NOTE 1: Rectificatie. Later zal ik nogmaals aandacht besteden aan deze afstamming, want er blijken nogal wat fouten in te zitten.
Dus let op: De schilder Pieter Codde HOORT NIET in deze genealogie.

NOTE 2: Hier nog een link naar het wapenboek van aanzienlijken van Zeven Provinciën uit 1772 met de genealogie van Van Reynegom (zie 16de generatie).
https://books.google.nl/books?id=zenBLGCXe6IC&pg=RA4-PA18&lpg=RA4-
PA18&dq=corneille+van+reynegom&source=bl&ots=IHywvfGWAS&sig=ACfU3U3_5I1P9gSTAIOmTaOuUgP8TQfjGg&hl=nl&sa=X&ved=2ahUKEwjCwdiwhqfhAhXPhrQKHQpjDQwQ6AEwBHoECAgQAQ#v=onepage&q=corneille%20van%20reynegom&f=false

Geplaatst in diversen, Geen categorie, genealogie | Een reactie plaatsen

Zuur

Dit wordt een zuur stukje, u bent gewaarschuwd.
Het begint bij mijn vorige post, waarin ik beschreef welke zaken er zoal werden verkocht toen een van mijn voorvaderen was overleden. De man heette Johannes Gerardus Heisterman. Nu weet ik dat hij is geboren rond 1722 in een huis aan de Leidsegracht in Amsterdam. Hij was zoals we zagen een vermogend man. Hoe rijk hij was heb ik niet kunnen achterhalen, maar in de archieven van Amsterdam zijn stukken terug te vinden over de verkoop van landerijen in Ankeveen, een buitenhuis in Abcoude en een pakhuis aan de Leidsegracht dat bekend stond als “De Heijster”.
Waarmee had deze Heijsterman zijn rijkdom verdiend? Azijn.
Heijsterman was een van de grootste azijnmakers van Amsterdam, misschien wel van Nederland.
Literatuuronderzoek leerde mij dat het zuur de man in het bloed zat.
Rond 1650 vestigt zich in Amsterdam een Johannes Heijsterman. Ik vermoed dat hij uit Duitsland kwam en na een militaire loopbaan in dienst van de Hollandse stadhouder Willem III (die ook koning van Engeland was) in Amsterdam is blijven hangen. Zijn zoon die ook Joannes heette trouwt omstreeks 1883 (ik heb geen trouwakte kunnen vinden) met Anna Swijnsberg (ook wel Sweedtsburg genoemd maar dat kan komen omdat de spelling nog heel fonetisch was en vaak in later bijna onleesbaar handschrift werd genoteerd). Zij kwam waarschijnlijk uit Groningen maar was misschien afkomstig uit het Duitse Schweinsburg. Hoe dan ook dit echtpaar kreeg vier kinderen waarvan er een binnen het jaar is overleden. Maar in 1890 overlijdt Anna en Joannes Heijsterman hertrouwt met Catharina Pijlendael, de dochter van een drogist. Of zijn schoonvader de dan dertigjarige wijnhandelaar Heijsterman bekend maakte met de techniek om een goede azijn te maken van wijn, die toch niet zo geschikt was voor consumptie, is een veronderstelling die nogal voor de hand ligt. Misschien was de drogist in goede doen en was hij medefinancier toen Joannes in 1690, bij de realisering van de Amsterdamse stadsuitbreiding, enkele percelen grond verwierf aan de Leidsegracht en de Raamstraat. Op die gronden richtte hij een azijnmakerij in. Er was in de bloeiende stad een grote behoefte aan azijn, omdat het onmisbaar was voor de conservering van voedsel en drinkwater, vooral ook aan boord van de schepen die de wereldzeeën bevoer om de Hollandse rijkdom te vergaren.
Azijn werd (en wordt nog steeds gemaakt door alcohol om te zetten door bacteriën. Die bacteriën zaten vooral in beukenhoutkrullen. Wijn en andere dranken van 12,5 procent zal door bacteriën uit de lucht ook wel verzuren, maar dat ging dan vaak verkeerd, waardoor er soms schuimvorming en vaak onaangename smaken ontstonden. Heijsterman had het proces redelijk in de hand en wist al snel een goede naam op te bouwen met de kwaliteit van zijn wijnazijn. Daarnaast bleef hij handelen in wijnen en sterke dranken die hij importeerde uit Frankrijk, Spanje en Portugal.
Zijn oudste zoon Johannes groeit op in de zaak en zal het bedrijf later dan ook overnemen. Deze noemt zijn oudste zoon ook weer Johannes en neemt hem al vroeg op in de zaak. Het bedrijf floreert en in 1740 wordt de vierde generatie Johannes Heijsterman geboren en een jaar later zijn dochter Christina (mijn voormoeder dus). Zijn zoon Johannes Theodorus komt rond 1760 in de zaak van zijn vader. Onder zijn leiding wordt de Azijnfabriek een begrip in heel West-Europa. Daarover vond ik in het Algemeen Handelsblad (Delpher KB) de volgende anekdote:
“Toen Leopold Mozart met zijn wonderkind Wolfgang op 29 januari 1766 in de Hollandse Manege aan de Leidsegracht concerteerde, moet hij, toen hij langs de azijnmakerij reed, hebben opgemerkt: „Wat ruikt het hier zuur”.
De muziekhandelaar Hummel, die de Mozarts begeleidde zou toen trots met Amsterdams chauvinisme (naar boze tongen beweren — evenals azijn een oud Amsterdams artikel) hebben geantwoord:
“We reden net langs de beroemde azijnmakerij van Heijsterman, de grootste van heel Amsterdam.”
azijnkruikje adammuseum     de kroon

Nadat Johannes Theodorus in 1795 op vijfenvijftigjarige leeftijd overleed was zijn zoon Johannes pas 15 jaar oud. Hij zette het bedrijf door met behulp van twee ooms. Maar de Franse tijd brak aan. De napoleontische oorlogen en het Continentale Stelsel maakte het hem wel heel moeilijk, ondanks dat de vraag naar azijn wel aanhield. Misschien was het ook zijn onervarenheid en ondanks dat hij een compagnon had aangetrokken kon hij toch niet verhinderen dat het bedrijf werd overgenomen door J.F. Tack, die de fabriek later omdoopte tot Azijnmakerij en Mosterdfabriek De Kroon. Dat het bedrijf nog eens honderdvijftig jaar later, in 1963, werd overgenomen door Luycks maakt het niet minder zuur.

NB.) de foto van het azijnkruikje is van het Amsterdammuseum en de oude foto van het pand van De Kroon van de Beeldbank Amsterdam (Archief Amsterdam).

Geplaatst in diversen, Geen categorie, genealogie | 1 reactie

HEIJSTERMAN

Vandaag weer lekker gesnuffeld in mijn genealogie. Niet veel nieuws, maar toch een aantal onzekerheden kunnen wegnemen.

De vader van Anna Cornelia Dickelman (de moeder van Wilhelmina Frederika Arendsen Hein en dus de oma van mijn oma De Vries-Eerdmans) heette Jean Henry Dickelman (1789-1855). Hij was getrouwd met Anna Cornelia Krayenhoff waarover ik al eerder schreef. Hij was ook de assistent-resident van Krawang waarover Eduard Douwes Dekker – Multatuli zo vleiend schreef. De vader van deze Jean Henry heette ook Jean Henry Dickelman en was een Amsterdamse koopman (1756-1814), die getrouwd was met Christina Maria Heijsterman (1770-1798). Zij was de dochter van een andere succesvolle Amsterdamse koopman: Johannes Heijsterman. Als haar vader overlijdt wordt een van zijn pakhuizen (De Heijster) aan de Leidsche gracht verkocht om de boedel te scheiden. Christina is een van de rechthebbenden, maar ook o.a. haar broer Johannes Theodorus Heijsterman deelt in de erfenis. Dat Johannes Theodorus ook daarna nog goed geboerd heeft zien we, als na zijn verscheiden zijn boedel wordt verkocht. Ik lees in de Amsterdamsche Courant van 4 augustus 1795

ddd_010716567_mpeg21_p002_image (1)

Men zal op woensdag 16 augustus om 3 uur, te Amsterdam, voor de stal van wijlen Johannes Theodorus Heijsterman, in de Raamstraat, verkopen: Vijf extra fraaie zwarte merriepaarden, zijnde twee langstaarten, twee kortstaarten, extra harddravers, en een hit, een halve Kapwagen op veren, met ijzeren assen, Chinees koperen lijsten aan de kap en fraai geschilderd, een Foergon op leggende veren, ijzeren as en Chinees koperen lijsten aan de kap, een Hollandsche Chais, met ijzeren as en gevoerd met groene trijp, een Chais Romain, een Poolse arrenslee, twee priksleden, Foergon en wagentuigen met Chinees en zwart gelakt koper, arrentuigen en diverse gekleurde hoofdstellen, waaronder een paar met zilveren gespen, dek- en manenkappen ect. En hetgeen verder op de verkoopdag te zien zal zijn. Nader onderrichting bij J. de Pre & Co., in de Vijzelstraat bij de Kerkstraat. NB. In deze verkoping zal niets ingestoken mogen worden.

En een paar weken later:

naamloos

G.de Roy, P.Posthumus. P.J. van de Schley, enz. enz., makelaars, zullen op maandag 19 oktober 1795 en volgende dagen te Amsterdam voor het huis van overledene op de Leidsche gracht bij de Prinsengracht verkopen : Een propere en deftige inboedel. Bestaande uit kapitale gemaakte juwelen, fraaie gouden en zilveren zakhorloges, modern gemaakt goud- en zilverwerk, precieze galanterieën en rariteiten, extra blauwe en gekleurde porseleinen, lak-, kristal- en glaswerk, supra fijne gemaakte en onopgemaakte lijwaren, kostbare mans- en vrouwenkleren, extra schone bedden met hun toebehoren, magnifieke spiegels, luchters, branches en schilderijen, kapitale Smyrna vloertapijten, diverse kostbare meubelen in soorten en vele andere goederen meer; alles nagelaten door wijlen J.T. Heysterman.

Ik heb nog niet gevonden wie hiervan de erfgenamen waren.

Geplaatst in diversen, Geen categorie, genealogie | 2 reacties

Suffridus Eerdmans

Mijn familie weet het wel en anders Thérèse wel. De afgelopen vijf jaar heb ik een boek geschreven over een van mijn voorouders: Suffridus Eerdmans.
Het is een bijzonder verhaal geworden.
Suffridus Dirks Eerdmans is geboren in 1779 in Bolsward als zoon van een aannemer/loodgieter en tijdens de Bataafse Opstand burgemeester aldaar. Zijn grootvader Kramer was dokter in Franeker en Suffridus wilde in diens voetsporen treden. Door de inval van de Fransen en de stichting van de Bataafse Republiek heeft hij zijn studie medicijnen niet kunnen afmaken. Hij sloot zich aan bij het leger van de Republiek. Met dat leger nam hij deel aan de gevechten tegen de Engelsen en de Russen die in 1799 Noord-Holland waren binnengevallen. Later maakte hij in het leger zijn studie af en werd chirurgijn. In die hoedanigheid nam hij deel aan de veldtocht tegen de Oostenrijkers diep in Duitsland.
In 1802 werd hij uitgezonden naar de Antillen. Voor zijn vertrek trouwde hij in Hoorn met Geertruida van Citters. Zij woonden en werkten op St Eustatius tot de inname door de Engelsen waarna zij als krijgsgevangen werden meegevoerd naar Engeland. In 1812 worden zij vrijgelaten en keerden terug naar Nederland, dat inmiddels door Napoleon bij het Franse Keizerrijk was ingelijfd. Op dat moment stond Napoleon al met zijn troepen voor de Berezina en Suffridus werd in allerijl naar Rusland gedirigeerd. Ondanks de ellende en verschrikkingen van die oorlog vinden wij hem terug in Dresden waar Napoleon slag leverde met de Pruissen en de Oostenrijkers. De overwinning was van korte duur want in 1813 werd bij Leizig de grote veldslag geleverd die bekendstaat als “De Volkerenslag” en waarbij Napoleon de benen nam om later verbannen te worden naar Elba. Suffridus werd krijgsgevangen gemaakt. Maar toch weer vrijgelaten zodat hij zich kon aansluiten bij het leger van koning Willem I, die inmiddels door het Congres van Wenen op de troon was geholpen van het Koninkrijk der Verenigde Nederlanden (ongeveer Benelux).
Na gelegerd te zijn geweest in Breda, waar hij zich weer verenigde met zijn vrouw Geertruida, werd hij in 1815 naar België gezonden om weerstand te bieden aan de dreiging van een Franse inval nu Napoleon uit ballingschap was teruggekeerd. Hij maakte van nabij de veldslagen bij Quatrebras en bij Waterloo mee waarna hij in Antwerpen werd gestationeerd.
Later werd hij naar Vlissingen gestuurd om te helpen bij de opbouw van de verdedigingswerken na alle vernielingen die door de Engelsen in de Napoleontische oorlogen waren aangericht.
Daar maakte hij kennis met Johanna Catharina Muller. Zij was moeder van twee kinderen die waren geboren uit een relatie met de Vlaming Jean Bernard Osten. Osten was een belangrijk officier geweest in het leger van Napoleon, maar door alle oorlogshandelingen had hij geen toestemming gekregen voor een huwelijk. Na de nederlaag van Napoleon in 1813 had hij zich aangesloten bij het Nederlandse leger en daarmee had hij zich dapper gedragen in de slag bij Waterloo (zilveren kruis). Om zijn status te verzilveren meldde hij zich aan voor het leger dat in Oost-Indië de Nederlandse bezittingen moest beschermen. Helaas liet hij Johanna en zijn beide kinderen achter in Vlissingen.
Suffridus en Geertruida ontfermden zich over de jonge moeder en haar kroost. Dat leidde er onder andere er ook toe dat Johanna zwanger werd gemaakt door Suffridus. Zij gingen naar Rotterdam waar Johanna beviel van een meisje, die door Suffridus werd erkend als zijn dochter Cato (Geertruida Catharina). Later werd Suffridus overgeplaatst naar het militair hospitaal van Bergen op Zoom, waar hij zich vestigde met zijn vrouw Geertruida.
Suffridus heeft tot zijn dood in 1838 in Bergen op Zoom gewoond en gewerkt in het militaire hospitaal van die stad. Daar had hij vooral te maken met de slachtoffers van de Belgische opstand (1830) en de val van de Citadel van Antwerpen (december 1832).
Maar ook Johanna en haar twee kinderen Osten en Catootje Eerdmans vestigden zich in 1820 in Bergen op Zoom, Haven (Zuidzijde nr 38). Daar werd zij in 1821 opnieuw zwanger en weer erkende Suffridus het kind als het zijne. Dat was Suffridus Henricus Eerdmans (de stamvader van de Indische tak van de familie Eerdmans en dus van mijn oma De Vries). Johanna is nog één keer bevallen van een kind (1826). Het is een dochtertje en werd aangegeven als Wilhelmina en hoewel ik nergens heb kunnen vinden dat Suffridus dit kind heeft erkend wordt zij later, 1854 in Nijmegen, vermeld als Wilhelmina Magdalena Eerdmans (Magdalena was ook de naam van de moeder van Suffridus). Johanna was al in 1836 uit Bergen op Zoom vertrokken met medeneming van al haar kinderen.
Twee jaar daarna is Suffridus overleden in Bergen Op Zoom. Zijn weduwe Geertruida blijft in die stad wonen en als zij in 1853 overlijdt laat zij haar geld en goederen na aan Suffridus junior die op dat moment in Indië verblijft en twee legaten, een aan “Cato” en een aan “Mina”.
Voorwaar een bijzondere geschiedenis.

afbeelding uit het militair stamboek, bewaard in het rijksarchief in Den Haag.mei-2013-015

Geplaatst in diversen, Geen categorie, genealogie, Suffridus Eerdmans | Een reactie plaatsen

Een “nieuwe” Schouten

schouten dutchart 1

Dit is het vierde schilderij van Jac. Schouten dat ik heb kunnen traceren. Ik werd naar aanleiding van mijn blog benaderd door de beheerder van de website www.dutch-arts.com, een site met afbeeldingen van een collectie van bijna 600 werken van het segment “outsider” (kunst van makers die niet tot de Kunst worden gerekend, van goedwillende amateur tot miskend genie). Dankzij hem kan ik nu dit schilderij laten zien.

Jacobus Cornelis Schouten (1901-1986) is in zijn collectie eigenlijk toch een vreemde eend. Zijn werk is tussen 1933 en 1945 regelmatig goed besproken in de pers, al concludeer ik uit het feit, dat zijn werk vrijwel nooit op de markt verschijnt, dat hij maar zelden iets verkocht. In 1956 is er een afwijzing voor steun uit de BKR waaruit blijkt dat bij hem de nood hoog aan de man is. Ik vermoed dat hij daarna het palet aan de wilgen heeft gehangen. Zie mijn boek: Wildeman en de Kritiek (nog in voorbereiding).

Bovenstaand schilderij is gesigneerd in 1952 (met de achterkant van de kwast in de natte verf gekrast), het meet 60×50 cm en is met olieverf geschilderd op grof linnen.
Net als zijn “Zeegezicht” is het wild geschilderd. De vormen en kleuren zijn onbestemd en zeker niet bedoeld om te charmeren. Het toont ons een bewolkte herfstdag in de duinen. De verspreide bomen en struiken staan volkomen willekeurig in de compositie en alleen de lichte vlek tussen de wolken zuigt je het landschap binnen. De bruine en grijze kleuren getuigen van de mistroostigheid van de maker, die naar ik vermoed zeker geen pose was.

Schouten beschouwde zichzelf als een expressionist (zie zijn brief aan Edy de Wilde van 1952 – Van Abbemuseum), daarom is het begrijpelijk dat iemand het schilderij aan de achterzijde in potlood betitelde als “Bergense School” hoewel die stroming zo’n 25 jaar eerder te dateren is. In zijn tijd (1933-1940) werd Schouten, hoewel opgeleid in Arnhem en werkend in Den Haag, voornamelijk gelinkt aan Constant Permeke en de Latemse School of wel het Vlaamse Expressionisme.

Het blijft boeiend en ik hoop dat meer mensen die werk van Schouten hebben zich melden.

Geplaatst in diversen, Geen categorie, kunst | Een reactie plaatsen

Verwisseling en verwarring

Heb ik mij helemaal verdiept in de schilderijen die kunstenaars gemaakt hebben met de Zuidhavenpoort van Zierikzee als onderwerp, stap ik over naar de achtergrond van een schilderij van J.H. Klinkenberg, kom ik plots een afbeelding tegen van een schilderij van Klinkenberg van de Zuidhavenpoort. Nu is dit een werk van J.C.K. Klinkenberg of hier vermeldt als Karel Klinkenberg. Opvallend is dat het de toren afbeeldt gezien vanaf de Westzijde i.p.v. de Zuidzijde. och leuk om die erbij te hebben.klinkenberg veere

Geplaatst in diversen, Geen categorie, kunst | Een reactie plaatsen