Vroege Schenken

IMG_3442

Als u dacht dat ik klaar was met Martinus Schenk, hebt u het mis. ik heb een boekje geschreven over zijn leven als kunstschilder en als mijn overgrootvader. Maar mijn zoektocht naar het completeren van zijn oeuvrecatalogus is nog lang niet klaar. Onlangs werd ik verrast door de vondst van twee heel vroege werken van Schenk. De eigenaren boden die mij aan omdat ze het belangrijk vonden dat de schilderijen onderdak vonden bij een nazaat van de kunstenaar. De schilderijen waren, zo vertelden zij mij al generaties lang in de familie, maar kregen al geruime tijd geen ruimte meer aan een wand.
Dankbaar heb ik ze in ontvangst genomen en een snelle blik leerde mij dat het inderdaad ging om werken van M.C. Schenk, maar wel in slechte conditie. Mijn privé omstandigheden waren een reden dat ik niet onverwijld aan de slag ging om ze te restaureren. Nu ben ik daar de afgelopen dagen mee aan de slag gegaan. Daarbij moet ik wat meer over het werk en de periode van ontstaan vertellen.
Naar mijn mening (ze zijn wel gesigneerd, maar niet gedateerd) zijn ze ontstaan tussen 1857 en 1858. Dat leid ik af uit de recensies die over dit en soortgelijk werk zijn verschenen in diverse kranten. Vanaf 1859 zoekt hij het meer in de elegante voorstellingen uit de salons van de gegoede burgerij al ontstaan ook daarna nog enkele “boeren interieurs” en genreschilderijen met eenvoudige figuren.
Deze schilderijen passen helemaal in de vroegste periode, zowel wat uitvoering als wat signatuur betreft: M.C.Schenk, in zorgvuldig gepenseelde letters met een kleine schreef. Dat het vroeg werk betreft, is ook te zien aan het primitieve raam waarop het doek is gespannen. Eenvoudige vuren latten, zonder kraal, gespijkerd met een halfhoutverbinding, dus geen spielatten waarmee na-spannen mogelijk zou zijn. Aan de verftoets is te zien dat Schenk dan ook problemen kreeg bij het schilderen van de grotere vlakken. Er ontstond een afdruk van het raam in het linnen doek, dat ook in de verfstreek nog steeds zichtbaar is. Nou ja, je moet het weten en dan goed kijken, want het zijn twee heel aardige schilderijen met een zeer herkenbare voorstelling.

De restauratie
Er waren in het verleden (vooral bij de man) wat restauraties gedaan (of eigenlijk meer reparaties met zwarte tape) die niet al te voordelig hebben uitgepakt. Nadat ik ze van het raam had gehaald heb ik de reparaties voor zover mogelijk weer verwijderd en vervangen door kleine stukjes linnen die ik er zorgvuldig in heb gelijmd. De randen van de doeken waren door de scherpe randen van het raam flink versleten en dreigden af te scheuren. Daarom heb ik ook de randen voorzien van een strook linnen, Het oude raam wilde ik toch behouden, maar ik heb de hoeken sluitend gemaakt en er een kraal (dun halfrond latje) opgeplakt, zodat het doek los komt van het raam. Het doek heb ik schoongemaakt met een zachte kwast, maar de vernis en de aanslag daarop heb ik laten zitten, uit angst om dit kwetsbare werk te verpoetsen. Tot slot heb ik de lijsten goed schoongemaakt en een beetje bijgekleurd met goudverf. (het is heel onzeker dat het de oorspronkelijke lijsten zijn, ik schat ze van rond 1920).

De voorstelling
We zien op elk schilderij een persoon zittend op een bankje bij een tafel in een eenvoudig interieur. De man is gekleed in een wambuis en draagt een halflange pikbroek, zwarte kousen en leren schoenen . Om zijn hals is een rode doek geknoopt en op zijn hoofd heeft hij een slappe vilten hoed. Hij stopt een pijpje. Op de tafel staat een opengeklapt tabaksdoosje een jeneverglas en een halfgevulde fles. Aan de wand boven de tafel is een boekenplank bevestigd met daarop een dik boek liggend met de snee naar voren. De vloer van de kamer bestaat uit ruwhouten planken en ook de wand is egaal gekleurd.
De vrouw zit op een grenen stoel met rieten zitting aan een zeshoekig tafeltje met twee gedraaide poten en een derde poot die op een onlogische wijze achteraan bevestigd is. Zij draag een lange groene rok met roden zoom, waarover een wit schort is gedrapeerd . Ze heeft grijze kousen en bruine muiltjes. Over een blauwe trui met lange mouwen draagt zij een witte bloes met rood gestreepte korte mouwtjes. Daaroverheen draagt ze nog een gebreid mouwloos truitje (een spencer?). Ze heeft een eenvoudig wit kapje op haar lange blonde haren en ze zit te breien met vier pennen, dus kennelijk een kous. Ze kijkt de beschouwer aan met een onderzoekende blik. Op het tafeltje is een tinnen bord een aarden test met daarop een koperen water- of koffiekan, een wit porseleinen kommetje en het bolletje wol van haar breiwerk. Tegen de muur is een bedstede geplaatst dat met een gordijn kan worden afgesloten, maar dat ons nu een blik gunt op de witte lakens en het kussen. Verder eenzelfde planken vloer en kale wand als bij de man.

Herkomst
Zoals ik schreef kreeg ik het van de zoon en dochter van de vrouw die het tot haar overlijden in bezit had. Deze mevrouw was de dochter van Maria Scheffer die getrouwd was met Kornelis van den Heuvel. Maria had de schilderijen gekregen van haar grootvader, Daniël Scheffer, likeurstoker te Amsterdam, die in 1845 getrouwd was met Alida Lotten.
Waarom had Daniël deze schilderijen gekocht? Ik heb twee versies bedacht: Hij zag ze op een tentoonstelling van “Levende Meesters” in 1858 te Amsterdam of hij ontmoette Schenk en gaf hem opdracht om deze personen te schilderen.
In 1858 was de vader van Daniël overleden. Dei vader heette Jacob Scheffer en zijn moeder was Liesje Lutgemeijer. Die vader was bij leven “schuitenvoerder” geweest en zijn moeder droeg bij aan het inkomen als breister. Dus of heeft Daniël in de schilderijen iets van zijn ouders gezien, of hij heeft Schenk gevraagd twee personen te schilderen die er zo en zo uitzagen. Helaas kunnen we niet meer nagaan hoe het precies gegaan is, maar voor mij zijn dit dus Jacob Scheffer (45 jaar oud), schuitenvoerder en zijn vrouw Elisabeth Scheffer-Lutgemeijer (35 jaar oud) dus rond 1820, geschilderd ruim 35 jaar later in 1858 (Mart Schenk was toen 25 jaar en stond nog aan het begin van zijn lange carrière).

Geplaatst in Biografie Schenk, Geen categorie, hobby, kunst | Een reactie plaatsen

Mijn Appeltje

In mijn vorige post sprak ik over mijn verzameling “afgeschreven kunst”. Inmiddels ben ik een beetje ontevreden over die term. Zij dekt de lading niet. Een enkel schilderij heb ik gevonden bij het grof vuil en de meeste van de werken heb ik gekocht bij een kringloopwinkel. Het betekent in dat geval dat iemand dacht: ik wil het niet meer, maar misschien is er nog ergens iemand die het wel wil hebben. Dat is dus niet afschrijven, maar meer weggeven. Dat ik dan een relatief klein bedrag heb betaald maakt niet uit. Waar het in mijn verzameling om gaat is dat de schilderijen ooit gemaakt zijn als “kunst”, maar later hun functie van wandversiering (die ze kennelijk ook hadden) hebben verloren. Nu maken ze deel uit van een bizarre verzameling en verschaffen mij veel plezier.
Dit weekend werd er weer een fraai exemplaar aan toegevoegd.

j.j.appel
Het heet: “Kuikentjes in de Natuur”. Het is gemaakt met olieverf op een paneeltje van 18x24cm. Het is gesigneerd door Joanne Appel.

Internet leerde mij dat de maakster Jensje Johanna Appel is, geboren op 11 oktober 1899 in Amsterdam. Haar vader was de behanger Johan Appel. Zij is dus geen familie van Karel Appel, want diens vader was, zoals iedereen weet, kapper van zijn vak en Karels opa was melkboer in de Dapperbuurt. Jensje is in 1925 getrouwd met Cornelis Johan Manneke, een ambtenaar bij de belastingdienst, afkomstig van het Zeeuwse Aardenburg. Jensje, die zich later Joanne liet noemen, kreeg vier kinderen. Hoewel ze altijd had getekend en geschilderd maakte zij vanaf 1960 werk van haar hobby. Ze kreeg een eigen atelier en begon voorzichtig te exposeren. Vanaf 1966 schrijft de landelijke pers over haar. Ze exposeert in Santpoort, Amsterdam , Amstelveen, Brussel, Workum en Haarlem. De VPRO televisie besteedde aandacht aan de “laatbloeiende” kunstenares in het programma Zienderogen in 1971.
Achterop mijn schilderijtje zit een sticker van Kunstzaal Frans Heerkens Thijssen uit Haarlem, waar zij dit werkje kennelijk exposeerde en verkocht in april 1971.

Het past in mijn verzameling maar verdient niet de term “afgeschreven”.

Geplaatst in diversen, Geen categorie, hobby, kunst | 2 reacties

Cadeautje

Ter gelegenheid van de verjaardag van mijn oudste broer kreeg ik van mijn lieve zusje Vera een cadeautje. Ik had haar verteld van mijn hobby, het schoonmaken en restaureren van oude schilderijen. Welnu zij gaf mij een schilderij met een verhaal.
In mijn jeugd woonde ik met mijn ouders en 10 broers en zussen (sorry 7, drie waren al het huis uit) in Hilversum. Aan de overkant woonde de familie Smits. De vader was hartchirurg en had drie kinderen. De middelste was een meisje, die er genoegen in schiep om met mij te spelen. Ik heb daar nog dierbare herinneringen aan. Maar ik vertrok uit Hilversum en ben zo het contact met haar verloren. Het is dan ook al meer dan zestig jaar geleden.
Maar nu gaf Vera mij een oud schilderijtje.
Vijfendertig jaar geleden had haar zoon Bastiaan dat uit een container gevist die voor de deur van de familie Smits stond. Kennelijk gingen zij verhuizen en alle overtolligheden werden in een container gegooid om ervan af te zijn. Bastiaan vond het schilderij wel mooi en het heeft nog lang op zijn kamertje in Nijkerk gehangen. Maar het was wel erg vergeeld en daarom had hij met zijn verfdoos de lucht een beetje vrolijker gemaakt en het scheurtje met een stukje biaisband aan de achterkant dichtgeplakt met Bizonkit.
Maar kleine jongens worden groot en wat er aan de muur van een jongenskamer hangt luistert vrij nauw op elke leeftijd. Toch heeft zijn moeder het schilderijtje voor hem bewaard en twintig jaar lang alle verhuizingen meegenomen. Nu stond het op zolder en zij vond het een mooie gelegenheid om het mij te geven voor mijn hobby (Bas zou het vast wel goed vinden).
Helaas ben ik vergeten een foto maken van hoe het eruit zag toen ik het meekreeg. Ik heb de latere toevoegingen van Bastiaan eraf gehaald met een nogal agressief middel. Vervolgens verwijderde ik de vergeelde vernis. Halverwege dat proces bedacht ik dat het wel aardig was om dat te fotograferen.

IMG_3399

Nu is het klaar op wat kleine restanten vernis na. Hoewel het geen topkunst is, past het toch wel aardig in mijn verzameling “afgeschreven kunst” die al aardig uit de hand begint te lopen.
Het is gesigneerd door J. Rijenga. Ik vond bij de RKD een Jacobus Reijenga die leefde van 1867 tot 1942. Als dit schilderijtje van hem is (qua tijd zou het kunnen), dat was hij al zo oud toen hij het maakte dat hij zijn kwaliteit had verloren en zijn naam niet goed meer kon spellen (de e achter de R ontbreekt).

Geplaatst in diversen, Geen categorie, hobby | 2 reacties

Treurig

Het was wel alweer zes jaar geleden. Toch had ik het moeten weten.
Toen ik zag dat er een hoogwerker in de tuin van het parochiehuis werd gemanoeuvreerd dacht ik: Ze gaan de oude treurwilg inspecteren. Want de takken hangen deels over de weg. Als er een afbreekt kunnen er ongelukken van komen.
IMG_3401
Maar nee het was voor het kandelaberen. Dat is een eufemistisch woord voor knotten. Dat ging er dus gebeuren en ja hoor in de kortste keren stortten de takken naar beneden. Die verdwenen meteen in de shredder (als dat het goede woord is voor zo’n lawaaierige takkenversipperaar. Zo zag ik mijn prachtige treurwilg, die onlangs nog stond te juichen in de laagstaande winterzon, veranderen in een treurige knotwilg. Hier zijn de foto’s.

Ligt het aan mij of seint de stam LOVE naar mij

IMG_3406

Geplaatst in diversen, Geen categorie | Een reactie plaatsen

Nog een schilderij (vervolg 1A Jane Wertheimer)

Jane d’Oultremont Wertheim

Deze naam had ik gelezen op het briefje achter op het schilderij van H.M. Rosenberg. Maar zoals zo vaak had ik het handschrift verkeerd gelezen. Nu ik het weet, zie ik het ook wel, maar ik was op het verkeerde been gezet door de hoofdletter T die boven haar achternaam is geschreven.naam van schenkster van de Rosenberg aan dokter G PetersenOnder andere uit een archiefkaart van het Archief Amsterdam blijkt, dat het gaat om de dame die daar geregistreerd staat als de weduwe Geertruida Jacoba Dodemont.
Zij is geboren op 11 april 1877 in Den Haag en aldaar overleden in 1958. Haar ouders zijn Willem Frederik Dodemont en Antonia Geertruida Wilhelmina den Hartog. Zij had twee zusters: Adriana Margaretha Frederika Louisa (1878-1950) en Adriana Frederika Louisa (1881- 1923).
Merk op dat de twee zussen nagenoeg dezelfde namen hadden. De jongste  wordt in de advertentie hieronder (overlijden van hun vader op 9 augustus 1912) aangeduid als A.F.L.. en de oudste als A.M.F.G (de G. als laatste letter is een fout, moet een L. zijn).
Haagsche courant 1912
Volgens de Amsterdamse kaart is Geertruida op 24 oktober 1914 in Parijs gehuwd met Jacques Henri Maurice Wertheimer (geb. Boekarest, 22 november 1852). Haar echtgenoot overleed op 23 november 1914 in Parijs. Die trouwdatum kan niet kloppen, want in de advertentie bij het overlijden van de vader op 9 augustus 1912 wordt zij vermeld als G.J. Wertheimer, geb. Dodemont en hij als J. Wertheimer te Parijs.

Volgens dezelfde kaart uit Amsterdam kwam zij op 7 november 1938 vanuit Parijs naar Amsterdam en was pensionhoudster in de Anthonie van Dijckstraat. Inderdaad (blijkens onderstaande advertentie in het Alg. Handelsblad van 3-11-1938 – zie Delpher.nl) nam zij “Het Tehuis voor Studerende Dames” in de Anth. van Dyckstraat 5” over van Mej. Dorothea Barbé.
3nov 1938 Alg Hlblad

Merk op dat zij zich hier J. Wertheimer noemt. Zij hanteerde als voornaam dus Jane. Onduidelijk is hoe zij haar naam uitsprak (Frans of Engels). Zou zij zich Jeanne hebben laten noemen en schreef zij het als Jane? In de ondertekening van het briefje voor dokter Petersen staat: Jane Dodemont Wertheimer. Omdat Dodemont haar meisjesnaam is, zou je verwachten dat ze Wertheimer-Dodemont zou schrijven. Maar zij doet het op de Franse en/of Amerikaanse manier (dus de naam van de man achteraan)
.
Nog steeds volgens de archiefkaart verhuisde zij op 16 augustus 1951 naar het Klimophuis aan de Sophialaan 43, maar op 19 september 1951 ging zij naar Huize Tabitha in Wassenaar, waar zij zeven jaar later (in 1958 dus) is overleden.

Nu weet ik wie degene was die het schilderij in bezit had voordat het bij dokter Petersen terecht kwam. Maar, het schilderij is (volgens mijn reconstructie) in 1889 of 1890 verkocht door de kunsthandel/lijstenmaker MacBeth in New York. Was de koper misschien Jacques Henri Maurice Wertheimer, de man van Jeanne Dodemont (Geertruida Jacoba, zich noemende Jane), geb. Boekarest, Roemenië, 22 november 1852.? Wie of wat was deze Jacques Wertheimer? Wat deed hij in Amerika? Was hij daar dan voor langere tijd of was het een (zakelijk) bliksembezoek?

De naam Wertheimer duidt op een van de vele Joodse families die over de hele wereld verspreid zijn geraakt.
Beroemd is de tak waarvan stamvader Ernest in 1870 vanuit de Elzas naar Parijs trok. hij kwam uit een familie die recepten voor schminck/make-up exploiteerde. Zijn zoon Pierre was in Parijs een van de oprichters van het bedrijf dat het merk Bourjois voerden en dat later in alliantie met Coco Chanel verantwoordelijk was voor het succes van Chanel no 5. In America maakte het bedrijf, dat inmiddels geleid werd door enkele van zijn zonen, o.a. de producten van Helena Rubinstein. Een van die zonen was een Jacques Wertheimer, die vooral bekend is als paardenstaleigenaar/fokker, die vele paardenraces op zijn naam schreef. Maar dat was niet de man van Jane, want die was wel tachtig jaar eerder geboren.
Een andere tak speelde een prominente rol in Londen, Engeland, vooral als kunsthandelaren. De stamvader is hier de Duitse kunsthandelaar Samson Wertheimer. Zijn zoon Asher werd in Engeland geboren en trouwde met Flora, de dochter van een indertijd beroemde Engelse kunsthandelaar. Deze Wertheimers waren niet rechtstreeks verbonden met de vorige tak.
Onze Jacques Wertheimer was geboren in Roemenië. Daar woonde in de vorige eeuw ook een Jacques Wertheimer, die beroemd geworden is als postzegelverzamelaar. Van hem en zijn familie heb ik niets kunnen vinden, maar wel dat hij enkele boeken heeft geschreven over filatelie. Ook was zijn verzameling beroemd en bevatte enkele unieke stukken. Hij wordt vermeld als J. Wertheimer- Ghika

Nee, ik zal mij erbij moeten neerleggen dat we weinig meer te weten zullen komen over Jacques Henri Maurice Wertheimer, behalve dan dat hij zijn weduwe niet onbemiddeld heeft achtergelaten, nog afgezien van het schilderij van Rosenberg uit New York.

Geplaatst in diversen, Geen categorie, kunst | Een reactie plaatsen

Nog een schilderij (vervolg 1B -Dokter Petersen.)

Mijn schilderij van Henry M. Rosenberg heeft dus ooit gediend als blijk van waardering en dankbaarheid voor de goede zorg welke dokter G. Petersen besteedde aan zijn patiënte Jane Wertheim. Wie was deze dokter Petersen? Nasporingen verlopen moeizaam, maar toch ben ik via diverse digitale kanalen het een en ander over hem te weten gekomen.

Hij werd op 16 augustus 1910 in Leeuwarden geboren als zoon van Gerrit Willem Petersen en Bertha Heuvelink. Hij kreeg bij zijn inschrijving in het geboorteregister van Leeuwarden als voornaam Garrit, genoemd naar grootvader van moeders kant (een later broertje werd gewoon, net als zijn vader, Gerrit genoemd). Die vader was opgeleid tot leraar Boekhouden en was later als beambte en accountant werkzaam bij een levensverzekeringsmaatschappij, eerst in Apeldoorn (waar zijn oudste broer en zus ter wereld kwamen), dan in Leeuwarden (waar hij dus en nog twee kinderen werden geboren). Toen in 1928 het gezin terug verhuisde naar Apeldoorn, bleef Garrit nog een jaar in Leeuwarden om zijn middelbare school af te maken. Hij woonde toen bij zijn oudoom de dominee Dirk Zoete, een broer van oma Petersen die Akke Zoete heette Na zijn eindexamen kreeg hij twee maanden vakantie, die hij doorbracht bij zijn ouders in Apeldoorn. Daarna ging Garrit naar Amsterdam om aan de universiteit aldaar medicijnen te studeren. Zijn propedeuse haalde hij in 1930. Toch duurde het nog tot 1938 dat hij het eerste gedeelte van zijn artsen diploma haalde. Na enkele coassistentschappen studeerde hij af en op 20 december 1939 werd hij bevestigd als arts. Zijn eerste praktijk als huisarts was in Wormerveer in de Stationsstraat 5. Op 2 februari 1940 was hij getrouwd met Hendrina Annetta Willemsen, de lieve dochter van het schoolhoofd in Lunteren (bij Ede). Zij was vijf jaar ouder dan hijzelf en wist van aanpakken. Zij hielp hem geweldig bij het opzetten van de praktijk. Maar de oorlog brak uit en de sfeer werd erg gespannen in de Zaanstreek. Daarom ging hij al na twee jaar terug naar Amsterdam. Hij nam daar de praktijk over van dokter Bouman op het adres Van Baerlestraat 75. Het is dan september 1942. Het zal in die donkere oorlogsjaren geweest zijn dat hij de zorg voor mevrouw Jane d’Oultremont-Wertheim op zich nam. Ik vermoed dat zij een joodse achtergrond had en zich dus bewust van de gevaren die zij liep en hij ook. Daarom zal zij haar dankbaarheid hebben willen uitdrukken door hem het schilderij te geven waarnaar hij af en toe bewonderend had gekeken. Ik heb niet kunnen vinden wat er met Jane is gebeurd en of ze de oorlog heeft overleefd. Garrit heeft de praktijk draaiende kunnen houden al werd hij op gezette tijden wel vervangen door een waarnemer.
In 1947 werd hij opgeroepen om alsnog aan zijn militaire dienstplicht te voldoen. Zijn prakrijk aan de Van Baerlestraat doet hij over aan een collega, C. Westerbeek, nadat hij op 1 oktober 1947 een nieuwe praktijk was gestart in een mooie halve villa in het museumkwartier, Harmoniehof 69. Hij is dan al zeven jaar getrouwd en er zijn kinderen geboren, want ik vind een advertentie van zijn vrouw waarin zij hulp in de huishouding zoekt, in het gezin met vier kinderen.
Het Parool 12 mei 1948
Hoe hij dat combineerde met zijn militaire dienst weet ik niet. Na de basisopleiding wordt hij als vaandrig/arts ingedeeld bij de geneeskundige troepen. Toch heeft hij zijn eigen dokterspraktijk zeven jaar draaiende gehouden. Zijn persoonskaart in Amsterdam vermeldt, dat hij in september 1954 vertrokken is naar Werkendam, Rijksstraatweg 86. Toch zal hij kort daarna weer zijn verhuisd, dan naar Hoevenlaken en is hij werkzaam bij de schoolartsendienst voor de Noord-West Veluwe. Hij doet op de Veluwe onderzoek naar afwijkingen in lichaamsbouw bij kinderen. Dat onderzoek lijdt tot een proefschrift, met als titel “Beoordeling van het somatotype bij kinderen”, waarop hij in 1959 promoveert. Als schoolarts haalde Petersen nog eens de landelijke pers naar aanleiding van de “bibberziekte”.

Dit stond in het Algemeen Handelsblad van 26 november 1960

bibberziekte klik hier of zie bijlage hieronder

Nog dagen schreven tientallen kranten hierover, maar ik heb nergens kunnen vinden wat de oorzaak geweest is. In een interview zij dokter Petersen: “Ik heb wel een vermoeden, maar we moeten de onderzoeken eerst afwachten.”
Dat doen we nog steeds.

Ik heb niet kunnen vinden hoe het verder is gegaan met de schoolarts Petersen op de Veluwe. Wel vond ik een annonce van zijn overlijden in Purmerend op 10 juli 1985. Hij woont dan in het flatgebouw De Purmer dat in 1976 is gebouwd. Ik vermoed dus dat hij daar is gaan wonen na zijn pensionering (in 1975 is hij 65 jaar geworden). Onduidelijk is waarom hij koos voor Purmerend. Al is dat wel de periode dat Amsterdam “overloopt”. Zelf ben ik in die tijd ook uit Amsterdam vertrokken.
Toch heeft het schilderij (als het al telkens met hem meeverhuisd is) na zijn dood in 1985 nog vierendertig jaar rondgezworven alvorens het in 2019 in Bovenkarspel in de kringloopwinkel belandde.

 

BIJLAGE – Het artikel over de bidderziekte:

Vreemde ziekte te Voorthuizen geconstateerd
MEDICI STAAN VOOR EEN RAADSEL
(Van een onzer verslaggevers)
Voorthuizen, 26 nov. 1960
Op de Wilhelminaschool te Voorthuizen is een diepgaand onderzoek ingesteld in verband met het feit, dat bij de leerlingen bijzonder vreemde ziekteverschijnselen zijn geconstateerd. In een klas vielen zo maar tien leerlingen plotseling in een diepe slaap. Vorige week donderdag deden zich de eerste verschijnselen voor. “Jullie hebben zeker weer te laat naar de televisie gekeken, slaapkoppen!” Zo sprak een verstoorde heer J. S. Botter, onderwijzer van de derde klas aan de christelijke lagere Prinses Wilhelminaschool te Voorthuizen, die dag. Enkelen van zijn leerlingen waren nl. midden onder de les zonder aanwijsbare redenen in slaap gevallen. De volgende dag echter bleek, dat de televisie allerminst schuldig was aan deze slaperigheid. De kinderen, tien tot twintig in getal, konden ook al niet meer goed schrijven. Hun handen trilden zo erg, dat het schrift volkomen onleesbaar werd. Enkele kinderen bibberden over hun gehele lichaam, allen klaagden over loomheid, moeheid en vertoonden andere bewegingsstoornissen. Ook deed zich een jeukende huiduitslag voor. Na overleg met het hoofd van de school, de heer R. van Beek, werd de schoolarts van het district Nijkerk, dr. G. Petersen gewaarschuwd. Deze stond voor een mysterie en waarschuwde op zijn beurt de hoofdinspectie voor de volksgezondheid in Den Haag. Drie specialisten van de inspectie zijn daarop naar Voorthuizen gekomen en hebben het klaslokaal laten ontruimen. Er werden luchtmonsters genomen, alle gasleidingen werden gecontroleerd en de centrale verwarming werd nagezien. En de kinderen werden uiteraard grondig ondervraagd: de mogelijkheid was niet uitgesloten dat zij bedorven eetwaren of bijv. met insecticiden bespoten vruchten hadden gegeten, of gezamenlijk iets hadden uitgevoerd wat mogelijk schuldig kon zijn aan de vreemde ziekte. De ziekte deed zich alleen voor bij de leerlingen van de derde klas; dezen kwamen echter uit verschillende milieus. Enkele schriftmonsters werden voor onderzoek naar een grafoloog gezonden. Tot op heden staat men echter voor een raadsel. Is de bibberziekte te wijten aan een besmettelijke virus, aan vergiftiging…? Niemand weet het. Sinds vorige week donderdag toen de verschijnselen begonnen, zijn twintig kinderen ziek geweest. Vier daarvan werden zo ernstig getroffen dat zij moesten thuisblijven. De overigen bleven de school normaal bezoeken. Gisteren waren nog zes of zeven kinderen ziek. De rest is alweer genezen en heeft ogenschijnlijk geen nadelige gevolgen ondervonden. Gistermiddag heeft een hoogleraar in de neurologie uit Nijmegen een onderzoek Ingesteld. Het klaslokaal wordt nog steeds niet gebruikt, de lessen worden nu in de hal van de school gegeven. Een van de jongetjes die gisteren nog thuis was gebleven, is Fransje Scheltinga aan de Jan de Jagerweg. Het knaapje was ogenschijnlijk heel monter, maar klaagde nog over hoofdpijn. Op verzoek schreef hij graag zijn naam eens neer: hij deed zijn best, maar beefde als een oud mannetje. De moeder van een ander jongetje, mevr. Witteveen, vertelde: ,,Eerst geloofde ik niets van die verhalen, maar Dickie was een paar dagen lang niet te hanteren en hij trilde bij het eten. Hij was nota bene onder de zangles in slaap gevallen. Stel je voor, veertig kindertjes schreeuwen en Dickie slaapt! Ook had hij uitslag op de benen. Maar Dickie ging ’s avonds naar gymnastiekles en kwam fit terug. “Als ik wéér bibber, dan ren ik maar een beetje”, zei hij. De meest merkwaardige visie van alle Voorthuizense moeders had mevr. Meylaard, Jan de Jagerweg 47. Zij zei: „Laten wij toch ophouden met die onzin. Weet u wat het is? Een georganiseerde schoolziekte. De kinderen nemen ons te pakken. Mijn Yolanda bibberde ook, maar toen zij een pak op haar broek had gekregen van mijn man (vader is kapitein bij de landmacht, red. Alg. Hbl.) ging het over. Die kinderen simuleren en des te meer er over de radio wordt gezegd, en in de kranten wordt geschreven, des te méér plezier die kindertjes hebben.”

Geplaatst in diversen, Geen categorie, kunst | Een reactie plaatsen

Nog een schilderij (vervolg1)

Zoals blijkt uit het briefje op het spieraam is het een schilderij van H.M. Rosenberg. Ik zal u de zoektocht die ik moest afleggen om daarachter te komen besparen (hoewel dat ook heel vermakelijk en leerzaam is) maar dit is wat ik over hem heb gevonden (via internet).
H.M. Rosenberg 2
Henry Mortikar Rosenberg The Young Housekeepers
olieverfschilderij op doek, 54×35,5 cm., ca 1887


H.M. Rosenberg stierf op 24 december 1947 in Citronelle, Alabama, USA. Hij was in die tijd een bekend kunstenaar, althans in sommige delen van America, maar het bericht van zijn dood kwam hard aan in Halifax, Canada. Vooral daar genoot hij grote bekendheid en veel respect. Hij was van 1898 tot 1909 hoofd van de Victoria School of Art and Design in Halifax, het latere Nova Scotia College of Art and Design (NSCAD). Daarnaast had hij een atelier in The Tramway Building in Halifax waar hij nog lang nadat hij stopte als directeur van de academie heeft gewerkt. Hij ontving er jonge kunstenaars, die hij begeleidde en van goede raad voorzag. Ook was hij in 1910 een van de oprichters van het Nova Scotia Museum of Fine Arts (nu Art Gallery of Nova Scotia), dat een veertigtal werken van hem bezit.

Henry werd geboren in 1858 in New Brunswick, New Jersey, USA. Rond 1868, als Henry een jaar of tien is, verhuist het gezin naar Chicago, waar hij opgroeide en in 1874 aan zijn kunstzinnige opleiding begon. Na vier jaar vervolgde hij zijn studie in Europa: München, naar verluid bij Frank Duveneck, met wie hij door Europa reisde. In Venetië (1880) volgde lessen bij James A. MacNeill Whistler , aan wiens invloed hij zijn leven lang trouw bleef. Hij keerde terug naar Chicago maar vestigde zich later (ca 1890) in New York . Daar ontmoette hij Ernest Lawson, “a fellow artist and a Haligonian by birth”. Die bracht hem in contact met James E. Roy ook uit Halifax, die hem aanmoedigde om met hem mee te gaan naar Nova Scotia. In 1897 vestigde Rosenberg zich in Dartmouth tegenover de haven van Halifax . Daar maakte hij kennis met Emilie Scarfe, “de erfgename van Dartmouth” . Na hun huwelijk op 23 november 1909 weigerde zijn vrouw om naar Halifax te verhuizen. Bovendien vond zij het ongewenst dat hij in loondienst werkte. Daarom gaf hij zijn functie als directeur van de academie op. Vervolgens maakten zij samen een zeereis rond de wereld. Terug in Canada vestigden zij zich in Edgemere, een Victoriaans landhuis boven Sullivan’s Pond in Dartmouth. Rosenberg hield zijn atelier in Halifax aan en bijna dagelijks nam hij de veerboot van Dartmouth naar de overzijde .
Zevenentwintig jaar hebben zij daar gewoon. In 1937 als zijn vrouw Emilie is overleden gaat hij terug naar Chicago in de VS. De wintermaanden brengt hij door in Citronelle, Alabama, waar hij een graag geziene gast. Hij logeerde in het Hotel Citronelle en raakte bevriend met de eigenaar. Ook was hij bevriend met dokter William A.Thomson, van wie hij een studio huurde. In december 1947 is Henry overleden in Citronelle. Veel van zijn spullen gaan naar vrienden en bekenden daar. Een aantal van zijn werken gaan naar zijn vriend en huisarts dr. Thomson. Deze schenkt het merendeel van de tekeningen, prenten en schilderijen aan het Mobile Museum of Art. Ook de Art Gallery of Nova Scotia heeft een veertigtal werken van H.M. Rosenberg in de collectie.

De voetnoten uit mijn tekst zijn weggevallen, daarom hier wat aanvullende informatie:

Henry Mortikar Rosenberg:
Zijn naam spelde hij meestal als Henry Mortikar Rosenberg, maar soms als Henry Mortecai Rosenberg. Er zijn ook andere varianten bekend (bijv. Henri, Mordechai en ook wel Roosenbergh). Zijn ouders waren Morris Rosenberg (1831-1915) en Hanna Diamond (1832-1890). Hij had twee zusters; Millie Rosenberg Adams (1859-1890) en Carrie Rosenberg Louis (1865-1946).
Frank Duveneck:
Frank Duveneck, 1848 – 1919, Amerikaans schilder die veel in Europa heeft gewerkt. Hij had in München een schilderschool met voornamelijk Amerikaanse studenten. In 1879 trok hij naar Italië, Florence en Venetië, waar hij zich aansloot bij Whistler. Rosenberg zal in zijn kielzog hebben meegereisd, mogelijk als een van de “Duveneck Boys”.
Whistler en Otto Bacher gaven zowel aan Duveneck als aan Rosenberg lessen in etsen. Bacher had zijn etspers meegenomen uit München. Zij allen woonden in de Casa Jankovitz in Venetië.
New York
In het boek over Arthur B. Davies staat dat Rosenberg in april 1892 deelnam aan de openingstentoonstelling van de MacBeth Gallery in NY nadat hij kort daarvoor van Chicago naar Manhattan was verhuist. Rosenbergs adres staat vermeld in de catalogus van de 52ste jaarlijkse tentoonstelling van de American Watercolor Society ook in 1892: 19 W 22nd Street NY (zie https://archive.org/stream/1892AWS/1892%2C%20Frick%20Library_djvu.txt 1892)
James E. Roy:
was een zakenman/kunstliefhebber lid van een vermogende familie uit Halifax, Canada. Later was hij eigenaar van de Singer Naaimachinefabriek aldaar.
de haven van Halifax:
Op de veerboot was hij getuige van de Hallifax explosie, ramp met het schip “Mont Blanc”. (zie: https://novascotia.ca/archives/explosion/narratives.asp?ID=6 )
Emilie Scarfe:
Emilie Scarfe (1856 – 1937) was de dochter van Frederick Scarfe (1828-1906), in leven een invloedrijke zakenman (eigenaar van een fabriek voor houten bouwmaterialen en –benodigdheden) en twee keer burgemeester van Dartmouth. Hij liet het landhuis Edgemere bouwen, maar heeft er nooit gewoond.

Geplaatst in diversen, Geen categorie, kunst | Een reactie plaatsen