Een bijzondere verjaardag

eefje

Hoera vandaag is een van mijn zussen jarig.
Ik heb er zeven, dus dat is op zich niet zo bijzonder. Nee maar dit zusje werd nu 80, voorwaar een bijzondere leeftijd. Maar we zijn geen van allen meer zo piep. Toch moest het maar eens flink gevierd worden.
Weken geleden werd haar dochter gepeild over een toepasselijk cadeau. Het zou een Ipad worden en dus werd er een mail rondgestuurd met de vraag wie van de familieleden wilde bijdragen. Daar werd enthousiast op gereageerd zodat er ruimte was voor nog iets extra (een sleeve of zoiets geloof ik).
Vanaf drie uur werden wij verwacht in de Brasserie Gezellig in Leende. Wij wilden liever niet als eerste aankomen daarom vertrokken wij om half twee naar “het zuiden”. Het beloofde een warme dag te worden dus had ik gezorgd voor een grote fles water met ijsblokjes er in. Toen we op de dijk naar Leliestad merkte dat de airco eigenlijk niets meer deed en een raar zuchtend geluid produceerde, prees ik mijzelf voor het idee van het gekoelde water. Ik reis niet vaak op dit tijdstip buiten het weekeind. Dus was ik verbaasd dat er zo veel verkeer op de weg was. Maar het reed vlot door en pas bij Maartensdijk moesten we even stapvoets rijden. Al spoedig zette de rij zich weer in beweging en was er niet veel meer te merken van de grote drukte op de weg. Zelfs de afslag naar de A2 werd vlot genomen en de blik richtte zich op ’s Hertogenbosch. Helaas al na enkele kilometers dwongen de matrixborden ons de gang te matigen en spoedig daarna stonden we stil. De blower in de auto gierde op volle kracht, maar kon niet verhinderen dat de temperatuur langzaam naar kritieke hoogte steeg. Soms konden we weer een stukje opschuiven maar dan viel het weer bijna stil. Dat bijna was funest, want ik merkte dat mijn koppelingspedaal angstvallig piepte als ik hem intrapte. “Die moet binnenkort een druppeltje olie hebben”, dacht ik.
Maar nee hoor. Het bleek ernstiger dan ik dacht. We naderden de afslag naar Waardenberg. (Nou dan ben je flink opgeschoten hoor ik u denken.) We hadden weer een paar minuten stil gestaan en toen ik de koppeling intrapte bleek dat ik wel kon ontkoppelen maar niet meer koppelen. Dat is echt nodig als je wilt optrekken. Dat ging dus niet meer. Links, rechts en achter mij werd verbaasd opgekeken dat ik een gat liet vallen naar mijn voorgangers, maar de auto wilde helemaal niet meer vooruit. Daar stond ik midden op de snelweg, terwijl de file al weer flink in beweging kwam. Ik ging maar wat duwen tegen de auto, wat overigens weinig effect had. “Sturen!!!”, riep in naar Thérèse. Maar die had haar oortjes uitgedaan vanwege het geraas van de geopende raampjes. Gelukkig stopten een paar bikers die het verkeer stillegden en mij naar de vluchtstrook duwden.
Gelukkig had Thérèse haar GSM-telefoontje meegenomen zodat we de ANWB/Wegenwacht konden bellen. Na drie pogingen lukte het mij om verbinding te krijgen en het 20-stappen keuzemenu door te lopen, de mevrouw van de alarmcentrale te vertellen waar wij tot stilstand waren gekomen en begon het wachten op de Wegenwacht. Wat rijden er veel gele busjes met daklichten rond, viel me nu pas op. De fles water, in inmiddels toch al lauw geworden, kwam goed van pas want door de zenuwen waren we extra verhit geraakt. Na een eeuwigheid (nou ja na 20 minuten) kwam de reddende engel. Eerst sleepte hij ons van de snelweg af, naar de McDonalds van Waardenburg. Daar begon hij te sleutelen. Het bleek dat de remvloeistof (?) bij de grote beurten niet vervangen was, waardoor het vervuild was geraakt en de drukcylinder (?) was gaan lekken en/of verstopt geraakt. Na enig knutselen met slangeskes en pompjes en spul ergens ingieten. Verklaarde hij dat de auto gereed was om terug te rijden naar Enkhuizen. “Maar wij moeten naar Leende, om mijn lieve zus te feliciteren”, riep ik wanhopig. “Ik zou dat niet doen”, was het goed bedoelde, maar strenge advies.
We besloten om Eefje te bellen dat we helaas verstek moesten laten gaan. Thérèse heeft een klein boekje waar allerlei belangrijke adressen in staan, maar daarin staan geen mobile telefoonnummers. Zij is toen naar McDonalds gelopen en heeft daar aan iemand het telefoonnummer van Brasserie Gezellig kunnen ontfutselen. Daarmee belden wij de uitspanning, waar men bereid was mij te verbinden met de jarige. De verbinding was heel slecht. Toch heb ik aan Eefje kunnen duidelijk maken dat we Leende niet zouden bereiken. Wij hoopten dat ze het begrepen heeft want halverwege het gesprek bleek de batterij van het telefoontje plotseling leeg.
De terugreis verliep redelijk vlot, ondanks de ferme regenbuien en donderslagen. Om zeven uur waren wij weer thuis. We hebben een flesje gekoelde rosé open getrokken en hebben op de jarige geklonken.
Soms lopen de zaken anders dan je vooraf denkt.

Geplaatst in diversen, Geen categorie | 2 reacties

Marie Frederika Cornelia Hamminck Schepel

Je zal maar zo heten hoor ik u denken.
Toch is zij best beroemd geworden, want zij was lange tijd de Maria_Frederika_Cornelia_Hamminck_Schepellevensgezel van Eduard Douwes Dekker, u weet wel: Multatuli.
Veel mensen zullen haar kennen als Mimi Douwes Dekker, want na de dood van Multatuli’s vrouw, Tine van Wijnbergen, is zij met de schrijver getrouwd.
Tijdens zijn leven en ook na diens dood heeft Mimi veel betekend voor de verspreiding van Multatuli’s literaire werk.

Ik kom hierop omdat ik in haar boek: Brieven van Multatuli, een passage tegenkwam die gaat over een van mijn voorouders. “Ja daar is ie weer”.
Het gaat over Jean Henri Dickelman, de vader van de oma van mijn oma De Vries. Dickelman was ambtenaar in het bestuur van Nederlands Indië. Als hij assistent-resident is in Krawang krijgt hij op 13september 1845 een assistent toegewezen: Eduard Douwes Dekker. 

Dan nu het stukje waarin Mimi verteld over een herinnering van Eduard (die zij soms Dek noemt). 

Daar kreeg hy last om voor drie maanden naar Krawang te gaan, om den adsistent-resident aldaar ter zyde te staan. Zyn wachtgeld zou aangevuld worden tot fl. 200. Het was dus geen vaste aanstelling en bovendien beneden zyn rang. Hy dacht er aan om zyn ontslag te nemen. In dien tyd was de tegenwoordige Raad van Indië Hoogeveen kommies by het departement van cultures en producten, en diens vader die toen Raad van Indië was, raadde Dek aan om te gehoorzamen. Bovendien het was maar om drie maanden te doen. Dek ging dus naar Krawang, en daar hy slecht by kas was legde hy den weg te voet af. ‘Het is een heel eind van Buitenzorg naar Krawang, zeide hy, men moet twee bergketenen passeeren gescheiden door een diep steil dal, zooals kinderen het teekenen zouden. Hoe ver het is weet ik niet meer, maar weinig Europeanen zullen dien weg te voet hebben afgelegd. Myn jongen bleef achter, hy kon my niet byhouden. Nu, op dien tocht kwam ik eens ’s avonds tegen donker aan een landhuis (Tjirigien of zoo iets noemde hy het) het was van Arnolds. Ik kwam daar aan, riep een jongen, en zei hem dat hy aan zyn heer zou zeggen dat er een Europeaan was die om een nachtverblyf vroeg. M’nheer was niet te huis, zeide hy. Nu dan moest hy ’t aan Mevrouw vragen. Hy kwam terug met de boodschap: ‘M’nheer moet niet kwalyk nemen, maar Mevrouw durft niet, Mevrouw is bang.’ Hy hield een lantaarn in de hand en bekeek me, hy vond zeker dat ik er niet voordeelig uitzag. Nu, dat wil ik wel gelooven, na zoo’n tocht! Ik stuurde den jongen nog eens naar binnen. ’t Was nacht, althans na zes uur, aan voortgaan was niet te denken door die bosschen met tygers, ik stuurde hem dus nog eens naar binnen. In dien tusschentyd schreef ik op een der kolommen der galery een versje. ‘Dek wilde my het versje zeggen, doch herinnerde er zich nog maar enkele woorden van.

Mevrouw Arnolds bleef weigeren hem te ontvangen. De jongen, de bediende, raadde hem toen aan naar den mandoor te gaan, en daar bleef hy dien nacht. De oude heer Dikkelman was assistent-resident te Krawang. Hy had vroeger in den oosthoek te Malang dezelfde betrekking vervuld, en had zich toen daar byzonder verdienstelyk gemaakt by de koffy-cultuur. Door intriges van de familie Hofman, die zoowel in Krawang als by Malang landgoederen had, werd hy verplaatst en dit verbeeldde een bevordering, daar hy hier geen resident boven zich had, dus zelfstandig was. Maar hy gevoelde zich ongelukkig in dit land, waarvan hy de taal niet verstond. Ook was hy niet vertrouwd met zyn nieuwen werkkring. Er was achterstand in stukken, enz. Dekker werd nu gezonden om dit by te werken. De oude heer Dikkelman was aan den drank geraakt, en hy en zyn vrouw zagen den jongen beambte aanvankelyk aan als een soort spion. Maar dit veranderde weldra. Na verloop van drie maanden gaf Dikkelman Dekker een getuigenis dat hy hem van groot nut was geweest, en daarop vertrok Dek met postpaarden van Krawang naar Buitenzorg. Tine kon het te Parkan Salak niet meer uithouden. Zeer geprikkeld daardoor ging Dek op zekeren dag in rytenue op audientie by den Gouverneur-Generaal Rochussen. Er is, in ’t Buitenzorgsche, meen ik dat hy zeide, eene byzondere industrie. De vrouwen verwen daar draden die ze daarna weven. ’t Zyn zeer heldere kleuren en de eigenaardigheid is, dat men zelf een patroon bestellen kan.’ Nu van zulk goed had ik een pantalon aan, zeide hy, een zeer bonte schotsche ruit. Rochussen ontving my niet vriendelyk.
– Waarom ben je teruggekomen? vroeg hy.
– M’n tyd was om. Ik was er heen gezonden voor drie maanden.
– Nu, dan zou ik verwacht hebben dat je my verzocht daar nog wat te mogen blyven.
Ik ging terug naar ’t logement en dacht na. Eindelyk kwam ik tot ’n besluit en schreef een rekest, zóó: Dat ik op Poerwakarta m’n drie maanden, zooals bevolen, gebleven was; dat ik daar voldaan had (ik lei ’t getuigschrift van Dikkelman over) dat, ofschoon me by besluit van den zooveelsten een plaatsing in myn rang was toegezegd, en ik dus niet ingenomen kon zyn met een ter beschikking-stelling van den ads.-res. van Krawang beneden m’n rang en m’n inkomen. 

Zie: http://www.dbnl.org/tekst/mult001mdou03_01/mult001mdou03_01_0003.php

 Even voor mijn familie:

Oma heette: Cornelie Eerdmans, (geb. 1881).
Haar moeder heette: Wilhelmina Arendsen Hein, (geb. 1856) .
Haar moeder heette: Anna Cornelia Dickelman, (geb. 1839)
Die was een dochter van Jean Henri Dickelman (“De oude heer Dikkelman” dus, geboren in 1794) en Anna Cornelia Krayenhoff, (geb.1798).

UPDATE

In hetzelfde boek komen over-oud-opa-en-oma nog eens voor.
Op blz.31 staat een stukje uit1876, waarin Multatuli verteld over zijn 2
de verblijf in Krawang (Karawang), nu samen met  Everdine (Tine van Wijnbergen, zijn eerste vrouw). Eduard heeft de naam niet helemaal goed onthouden want hij heeft het nu over de heer en mevrouw Dilleman.

Hy zond me toen voor drie maanden naar Krawang, waar een oude resident was, Dilleman, die wat hulp of opzigt noodig had. ’t Was een moeilyk baantje. Ik volbragt het met de meeste discretie, en keerde na drie maanden terug. Rochussen beval me daar weer heen te gaan. In godsnaam! Maar we trouwden eerst. Mevrouw Dilleman had ons en amitié genomen en we logeerden by haar. Na nogmaals zes maanden verblyf te Krawang, keerde ik naar Batavia terug.

 

Geplaatst in diversen, Geen categorie, genealogie | 7 reacties

Erfstukken  

Ik draag nog altijd mijn moeders zilveren armband die zij van mijn zusjes had gekregen nadat bij een inbraak al haar juweeltjes waren gestolen. Ook heb ik nog een schilderijtje dat haar oom Pierre heeft gemaakt. Verder is er hier in huis geen sprake van erfstukken. Oh nee, ik vergeet bijna een fraaie designlamp uit de jaren 60, die mij ten deel viel na het verscheiden van mijn  tante Eefje.
Ik weet het inmiddels uit ervaring: er is niets verdrietiger dan de plicht van de nabestaanden om de spulletjes van vader of moeder te verdelen of “weg te doen”.

In een historische krant  van 1824 las ik over de verkoop van de “spulletjes” van een van mijn voorouders, ene Gerrit Wetters, die op 11 september 1824 is overleden 58 jaren oud. Terwijl hij toch een vrouw en drie kinderen naliet.
Ik vermoed nu dat zijn kinderen zich al gesetteld hadden en dat zijn (2de ) vrouw, Anna Pullen, bij een van haar stiefkinderen is ingetrokken.

Wat had ik nu graag uit die lijst mogen kiezen… 

(De tekst heb ik onder de foto weergegeven.)

 natalenschap gerrit wtters  

H. van Laethum Gzn, D. de Vriend, A. Craandijk, J.C. Bing, C. van Maarschalkerwaart, H.W. Pruissen en J.F. Meijer jr, makelaars, zullen op dinsdag 21 december  1824 en volgende dagen, ’s morgens om 10 uur, te Amsterdam, voor het huis van de overledene, op de Keizersgracht 1146 (tussen de Reestraat en de Berenstraat) door de notaris J.F. Meijer doen verkopen:

  • Pretentieuze gladhouten ledikanten, extra  welgevulde bedden en matrassen, katoenen en wollen dekens en gordijnen (behangsels).
  • Gevlamd mahoniehouten Linnen-kabinet, garderobe, eikenhouten gladmangel.
  • Fraaie mahoniehouten secretaire.
  • Hoekbuffet  met penant- en cilinderkastjes.
  • Kapitaal staand horloge (gemaakt door Allin Walker à Amsterdam).
  • Een extra welluidend en zeer fraai mahoniehouten kabinetorgel (4½ octaaf en 10 registers)
  • Accuraat lopende tafelpendule in Marmer met vergulde ornamenten.
  • Zeer net vervaardigde mahoniehouten en gladhouten stoelen met zwarte en andere trijpen zittingen.
  • Pronk- (of over)gordijnen, Vlaams linnen “ophaalgordijnen”, fijne Smyrna en andere tapijten, inlandse vloer- gang- en trapkleden.
  • Kapitale heldere spiegels., schoorsteen ornamenten, branches en lantarens.
  • Mahoniehouten uitschuiftafel met 8 inlegbladen en andere dito tafels (ook nacht- bed- en penanttafeltjes) en bijbehorende gladhouten en andere meubelen.
  • Zware ijzeren turfschoorsteen en fraai geslepen vuurhaard.
  • Een partij zwaar koper-, tin-, ijzer- en blikwerk.
  • Rijk gezette juwelen,  best accuraat lopende zakhorloges, zilveren soep- en tafellepels en vorken.
  • Olie- en beschuittrommel en verder zilverwerk, porselein- lak-, kristal- en glaswerk.
  • Een partij op- en onopgemaakte lijnwaden en zindelijke menskleding en hetgeen verder tot een deftige en zindelijke inboedel behorende goederen. 

Alles nagelaten door wijlen de heer Gerrit Wetters .
Een catalogus is verkrijgbaar bij de boekhandel of te bestellen bij Schmidts & Co, boekdrukkers te Amsterdam.

Even voor mijn familie:

Gerrit Wetters was een opa van oma Schenk-Wetters (de vrouw van de schilder Martinus Schenk), zij was weer een oma van mijn moeder Jeanne de Vries-Brugman.
Gerrit was een makelaar in honing en was. De bovengenoemde makelaars waren zijn zakenpartners.
Ook zijn zoon Johannes, de vader van oma Schenk, was makelaar en deed later veel verkoopzaken met meneer Van Laethum (de eerstgenoemde).

Geplaatst in diversen, Geen categorie, genealogie | 2 reacties

Het eeuwige leven

Mijn moeder bereikte de mooie leeftijd van tachtig jaar, net als haar moeder overigens. Haar vader was vierentachtig toen hij het moede hoofd ter ruste legde. Mijn andere oma bereikte de gezegende leeftijd van negentig jaar en werd daarmee twaalf jaar ouder dan opa De Vries, die de ontberingen in het Jappenkamp niet overleefde.
Toch rees bij mij de vraag: Zijn er nog voorouders van mij te vinden die de honderd bereikt hebben?
Ik heb lang gezocht in mijn genealogie, maar niemand gevonden met een “eeuwig” leven.
Voor mijn oudste voorvader moest ik zelfs terug tot de late middeleeuwen. Daar vond ik ene Douwe van Aylva.
Douwe (what’s in a name) werd geboren in het vroege voorjaar van 1340 in het Friese plaatsje Witmarsum. In dat dorp overleed hij net voor Kerstmis in het jaar 1439. Daarmee had hij net de honderd niet gehaald. Hij kreeg vast een mooie katholieke begrafenis, want het was bijna honderd jaar voor pastoor Menno Simons in Witmarsum de kerk hervormde en daarmee de stichter werd van de doopsgezinden of wel de Mennonieten.
Om uit te leggen hoe Douwe van Aylva tot mijn voorouders gerekend wordt moet ik geduldig te werk gaan en vraag van mijn lezers hetzelfde.


De zoon van Douwe heette Epe van Aylva, geboren in 1360 in Witmarsum en getrouwd met een meisje met de naam Tede (over haar ben ik verder niets te weten gekomen). Epe werd 49 jaar.
Diens zoon Tjeart van Aylva, geb. 1385, werd 65 jaar en was in 1410 getrouwd met Swob Juwinga.
Hun zoon Epo van Aylva uit 1411 werd 64 jaar en was in 1433 getrouwd met een dochter van Jongema.
Hun zoon, ook een Epo van Aylva, 1435, trouwde met Ebel Juwsma en stierf in 1494, 59 jaar oud.
Zij kregen een jongen die zij verrassenderwijs Epe hebben gedoopt in 1464. Epe werd 70 jaar en was getrouwd in 1485 met Beatrix Walta met wie hij onder andere een zoon kreeg met de naam Tjeart.
Deze Tjeart, geboren in 1495, trouwde in 1517 met Ulbet Tadema van Hania uit Jorwerd, maar zij woonden toch in Witmarsum tot hun dood in 1545, 47 en 50 jaar oud.
Hun zoon Ulbe van Aylva, 1532, werd 49 jaar en was getrouwd in 1570 met Saepck Wynia. Zij verlieten Witmarsum. Hun zoon Tjeart werd geboren in Rinsumageest, ruim vijftig jaar nadat de Bourgondiërs in de Hollands-Friese oorlog het dorp hadden platgebrand. Zij bewoonden de state van de familie van Aylva.
Tjeart van Aylva leefde hier van 1570 tot 1628 samen met zijn bruid. Dat was zijn nicht Jels van Aylva. Hier werd ook hun zoon Sjoerd geboren in 1616.
Sjoerd van Aylva trouwde in 1641 met Juliana Mauderick en werd 63 jaar.
Hun zoon Epe van Aylva, 1650 Rinsumageest, had een relatie met Lucia Sippesdochter van Aylva, maar trouwde in 1670 met achternicht Lutske (Douwesdochter) van Aylva. Zij kregen een zoon en een dochter.
Dochter Juliana van Aylva, 1671, trouwde in 1693 met Willem Frederik van Schratenbach een zoon van haar achtertante Lucia Barbara van Aylva en baron Wolf Sigmund van Schratenbach.
Ik heb niet kunnen achterhalen waar en wanneer Willem is geboren. Hij was vrijheer van Hogenberg (Heggenberg) en Osterwitz, maar vooral
 militair. Toen hij stierf in 1705 was hij generaal-majoor. Zij hadden drie kinderen waaronder Johanna van Schratenbach uit 1699.
Johanna trouwde in het jaar 1727 met Edzard Hobbe van Burmania, die op zijn beurt een zoon was van Edzard Jarichs van Burmania en Anna Dodonea thoe Schwartzenberg en Hohenlandsberg. Johanna werd 60 en Edzard 73 jaar en van hun vele kinderen was voor mijn stamboom alleen een zoon van belang: Zich noemende Willem Frederik Schratenbach van Burmania, geboren in 1729 in Ferwerd. Hij was 75 jaar toen hij in 1803 in Ferwerd overleed. Zijn eerste huwelijk met Anna Weytzel uit 1772 bleef kinderloos, maar bij zijn tweede vrouw, Allegonda Romkes, had hij drie dochters. De middelste, Lucia Barbara Schratenbach van Burmania, geboren in 1800, trouwde in 1819 in Leeuwarden met Steven Albert Arendsen Hein. Lucia werd slecht 40 jaar maar Steven werd 71 jaar. Zij hadden negen kinderen. De zevende was Georg Hendrik Arendsen Hein, geboren in 1830 in Elburg.
Deze Georg Arendsen Hein vertrok naar Nederlands Oost Indië om daar carrière te maken. Hij trouwde in 1857 in Pasoeroean met Anna Cornelia Dickelman. Zij was geboren in 1839 te Malang (Oost Java) en had met Georg  al vijf kinderen toen hij, 33 jaar oud, overleed aan boord van de “Admiraal De Ruyter” op weg naar Holland met het hele gezin. Anna zelf overleed pas in 1901 in Scheveningen. Zij was toen 62 jaar. Haar dochter Wilhelmina Frederika Arendsen Hein was eerder, in 1876, in Soerabaja getrouwd met Arnold (A.J.A.F.) Eerdmans.
Zij kregen dertien kinderen waarvan mijn oma, Cornelia Eerdmans, de negentigjarige oma was van het begin van dit verhaal.

Maar voor een honderdjarige blijf ik zoeken, want er zijn nog een paar duizend voorouders die ik nog niet heb gecheckt.

MelkemaStateRinsumageest1 Dit is de Melckema State in Rinsumageest, waar Ulbe van Aylva woonde rond 1510 met zijn vrouw Saepck Wynia (zie hier).

PS
Douwe van Aylva is een voorvader in de twintigste generatie. Als ik het goed heb uitgerekend behoort hij tot een van de 20.971.142 voorouders sinds zijn generatie. Anders gezegd: meer dan tien miljoen mensen die in 1350 leefden behoren in directe lijn tot mijn voorouders.
Dus ik ben nog wel even bezig.

Geplaatst in Geen categorie, genealogie | 2 reacties

Indische trekjes

Mijn oma De Vries, haar meisjesnaam was Cornelie Eerdmans, is in 1971 in Bussum overleden. Zij was ruim 90 jaar. Ik herinner mij haar als een “Indisch” vrouwtje die tot op hoge leeftijd met gitzwarte ogen de wereld om haar heen bekeek en met een mooie Indische tongval becommentarieerde. Op het laatst was het wat verwarrend voor haar, zodat zij dacht dat de landing op de maan een verzinsel was van Soekarno om zijn misdaden te verdoezelen.
Haar handen waren wat krom door de reumatiek, maar zij voelde zich goed beschermd door haar armband van olifantenhaar. Zij hield van lotusbloesemthee en haar huis geurde naar de tropen.
Een paar jaar geleden stortte ik mij op de genealogie van mijn familie. Ik behoorde inmiddels tot de eerste levende generatie en moest mijn gegevens veelal bijeen zoeken op het internet.
Uit die gegevens maak ik op dat zij op 26 juni 1881 geboren werd in Bikeroe (Zuid-Celebes, op het huidige Indonesische eiland Sulawesi) als vierde kind van Arnold Eerdmans en Mina Arendsen Hein. Voorwaar echte Hollandse namen. Maar waar kwam dan dat Indische uiterlijk vandaan? Dat komt toch niet door de zon, de rijst, de sambal en de santen?
In mijn zoektocht naar de voorouders van oma De Vries kom ik toch een paar vraagtekens tegen die het zou kunnen verklaren. Dan bedoel ik niet de verhalen van mijn vader die altijd lachend vertelde dat oma afkomstig was van “een Chinese prinses aan het hof van de Sultan en een Hollandse dominee”.

Officieel ziet haar stamboom er zo uit:

Cornelie Eerdmans,
dochter van:
      Augustinus Johannes Arnoldus Franciscus Eerdmans, (AJAF = Arnold) en
                                Wilhelmina Frederika Arendsen Hein
Arnold Eerdmans,
zoon van:
            Suffridus Henricus Eerdmans, geboren in Bergen op Zoom, en
                                Wilhelmina Helena van Delden
Suffridus is een kind van ouders die nooit in Indië zijn geweest en kunnen we hier buiten beschouwing laten. De vraagtekens zitten bij de beide Wilhelmina’s.

Mijn overgrootmoeder Wilhelmina Arendsen Hein,
dochter van:
      Georg Hendrik Arendsen Hein, geboren in Elburg, en
                                Anna Cornelia Dickelman.
Georg was de zoon van een postdirecteur die stamde uit een dominees geslacht en Lucia Barbara Schratenbach van Burmania, geboren in Leeuwarden. Lucia was een jonkvrouw en de laatste telg uit een oud Fries adellijk geslacht.
Maar was deze Anna Dickelman wel de moeder van Wilhelmina?
Wilhelmina werd geboren in 1856, vijf maanden voor het huwelijk van Georg en Anna. Een voorkind kwam in de beste families voor, zeker in Indië waar een huwelijk vaak niet zomaar te regelen was i.v.m. de grote afstanden in de Oost-Indische Archipel. Wilhelmina werd geboren in Cheribon (Noordwest Java) en het huwelijk vond plaats in Passoeroean (Oost Java), waar de ouders van de bruid een suikerplantage hadden. Als de verhalen van een Chinese prinses een grond van waarheid bevatten, is het heel goed mogelijk dat Wilhelmina een kind was dat Georg had verwekt bij een van de vrouwen uit de kraton van Cheribon. Een nicht van mij had ooit een fotootje van overgrootmoeder Wilhelmina Eerdmans op schoot bij haar moeder, “donkere vrouw”, volgens tante Cox, “een Dajakse”. Maar de inlandse op de foto kan net zo goed de baboe zijn geweest, want de Dajak woonden niet in de kraton. Bovendien is Wilhelmina wel opgenomen in het gezin van Georg en Anna en reisde vanaf jonge leeftijd steeds met hen mee (zie de passagierslijsten in de Indische kranten).

Dus richt ik mijn pijlen op mijn betovergrootmoeder: Anna Cornelia Dickelman 1839 – 1901.
dochter van:
      Jean Henri Dickelman, waarschijnlijk geboren in Amsterdam (± 1799), en
                                Anna Cornelia Kraijenhoff.

Jean is al op jonge leeftijd in Indië, want al in 1819 is hij commissionair in goederen van overleden personen en pakhuismeester in Buitenzorg. Hij was in 1826 in Bezoeki (Oost Java) gehuwd met Françoise Warnau, de weduwe van luitenant Leutner, waarmee zij in 1815 in Middelburg was getrouwd. Jean is dan inmiddels opgeklommen tot assistent-resident in de provincie Probolingo (Oost Java even oostelijk van Passoeroean en westelijk van Bezoeki). Helaas is Françoise al twee jaar na haar huwelijk met Jean overleden. Daarna hertrouwt hij met Anna Kraijenhoff, de weduwe van Franz von Winckelmann, waarbij zij drie kinderen had.

Anna  Cornelia Kraijenhoff is waarschijnlijk geboren in Colombo (Ceylon, ± 1798), Haar vader was dan een militair in dienst van de Bataafse Republiek, in Ceylon in krijgsgevangenschap van de Engelsen geraakt en in 1812 samen met vele krijgsgevangenen vertrokken naar Java. Daaronder was ook Frans Willem Lodewijk von Winckelman, een zoon van de beroemde Franz Karl Philip van Winckelmann. Al beweren sommigen dat hij een zoon was van Hendrik Karel Frans von Winckelmann (een bastaard achterneef van de eerste). Hoe dan ook Anna is 1824 met haar Frans getrouwd in Semarang (Midden Java). Met hem kreeg zij drie kinderen. Nadat hij in 1834 is overleden, hertrouwt zij de Jean Dickelman. Met hem krijgt zij nog vijf kinderen, waaronder Anna Dickelman, mijn betovergrootmoeder.
Over wie de ouders van Anna Kraijenhoff zijn tast ik vooralsnog in het duister. De meest waarschijnlijke vader is dus de militair Cornelis Johannes Kraijenhoff. Mogelijk werd zij verwekt bij een onbekende inlandse vrouw. Ik heb niet gevonden dat hij ooit met haar getrouwd is geweest. Tijdens het Engelse bewind in Indië is hij vertrokken naar Holland. Als hij 36 jaar is dient hij in het Nederlandse leger van koning Willem I. In 1815 is hij in Alkmaar getrouwd met de 15-jarige Elisabeth Phitzinger, die hij zwanger heeft gemaakt. Zij vertrekken bijna onmiddellijk naar Indië, want hun kindje wordt in Batavia geboren. Bij
 zijn overlijden in 1821 was hij luitenant-kolonel in het Nederlandsch-Indische leger. Met Elisabeth is het toch wel goed gekomen want zij is daarna gehuwd met Jean François Willem van de Willige van Schmidt auf Altenstadt en staat daarmee in de Top-30 van de langste achternamen.

Conclusie:
De Indische trekjes van mijn vader stammen dus van een voormoeder van vier generaties eerder, warm gehouden door de zon, rijst, sambal en santen.

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Sentiment 3

MARC GROET ‘S MORGENS DE DINGEN

Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem
ploem ploem
dag stoel naast de tafel
dag brood op de tafel
dag visseke-vis met de pijp
en
dag visseke-vis met de pet
pet en pijp
van het visseke-vis
goeiendag
DAA-AG VIS
dag lieve vis
dag klein visselijn mijn

Paul van Ostaijen

 

Geplaatst in Geen categorie | 3 reacties

Sentiment 2

HERINNERING

Moeder, weet je nog hoe vroeger
Toen ik klein was, wij tezaam
Iedre nacht een liedje, moeder,
Zongen voor het raam?

Moe gespeeld en moe gesprongen,
Zat ik op uw schoot, en dacht,
In mijn nacht-goed, kleine jongen,
Aan ’t geheim der nacht.

Want als wij dan gingen zingen
’t Ode, altijd-eendre lied,
Hoe God alle, alle dingen,
Die wij doen, beziet.

Hoe zijn eeuw’ge, grote wond’ren
Steeds beschermend om ons zijn,
– Nimmer zong je, moeder, zonder ‘n
Beven in je stem –

Dan zag ik de sterren fonk’ren
En de maan door wolken gaan,
d’Oude nacht met wijze, donk’re
Ogen voor me staan.

M. Nijhoff

Geplaatst in diversen, Geen categorie | Een reactie plaatsen