De Friesche Vleeschhouwerij

Dit is het relaas van de slagerij van verre voorvaderen.
Het zat zo:
Isaak de Vries werd in 1647 in Leeuwarden geboren als zoon van een joods echtpaar, Mozes en Jaffe. Hij was vast niet hun enige kind, maar meer heb ik (nog) niet kunnen traceren. Wat vader Mozes precies deed voor de kost weet ik niet, maar het meest waarschijnlijke is dat hij onder andere fungeerde als slager. In latere jaren kom ik vaak in Leeuwarden nog slagers tegen met de achternaam De Vries, die vast niet allemaal familie waren van onze Isaak.
Op zekere dag is Isaak naar Amsterdam getrokken om daar zijn geluk te zoeken. Die vond hij bij Hanna, een dochter van ene Simon, waarmee hij in 1689 trouwde en die de moeder werd van zijn zeven kinderen. De rest van hun leven hebben Isaak en Hanna in Amsterdam gewoond. Maar twee van zijn kinderen zijn teruggegaan naar Leeuwarden. Van een van hen, Mozes, weet ik dat hij zich daar vestigde als slager. Mozes trouwde er met Trijntje, de dochter van ene Yzak, in 1742. Zij kregen in Leeuwarden vijf kinderen, een dochter en vier zonen.
De oudste zoon, Isaac, die geboren was in 1747, trouwde met Willemijntje (Mine) Cosman Troostwijk, de dochter van de Friesche textielhandelaar Baruch Cosman die, in navolging van de beroemde Amsterdamse lakenhandelaar Van Troostwijk, de naam Troostwijk aannam á 35 gulden voor het namenregister.
Tesamen met Mine en zijn vier kinderen trok Isaac in 1785 naar Zwolle om daar de “Friesche Vleeschhouwerij” op te zetten. Tot op hoge leeftijd, hij werd bijna vijfenzeventig jaar, bleef hij werken aan naam en faam van zijn slagerij. Hij werd daarbij terzijde gestaan door zijn drie zonen, Benedictus, Mozes en Berend.
Benedictus (mijn voorvader, de vader van oud-opa Lijpman de Vries) stapte rond 1819 over naar de handel in textiel, maar deed mogelijk nog wel de boekhouding voor de slagerij.
Mozes was ook aanvankelijk slager en trouwde in 1806 met Johanna Haring, de dochter van een succesvolle koopman uit Amsterdam. Mede daardoor stort hij zich van ca 1818 op de handel. Zijn zoon Karel, die getrouwd was met Jansje van Buuren, zou aan de basis staan van het textiel imperium “De Vries Van Buuren & Co.” .
(Zie hierover mijn post: Klik Hier ).

Alleen de jongste zoon van Isaac en Mine, Berend Isaac de Vries, zou in de zaak blijven.
Berend was en bleef dus slager. Hij trouwde met de Amsterdamse Esther Cohen, dochter van Hijman Chaim Cohen en Mietje Spits. Met haar kreeg hij elf kinderen, waaronder drie zonen: Izaak, Chaiem en Joachim, die allen in het slagersvak gingen. De toekomst van de slagerij leek dus verzekerd. Maar het lot neemt soms vreemde wendingen.
Izaak kreeg maar drie kinderen: De eerste was Rebecca. Zij was niet helemaal in orde en is gestorven in een tehuis in Medemblik, 56 jaar oud. Daarna kreeg hij een tweeling: Herman en Mietje. Herman is al na 20 dagen gestorven. Alleen Mietje bereikte de huwbare leeftijd. Zij trouwde met de slachter David Davidson, maar hun beide dochters zijn jong gestorven.
Chaiems huwelijk met Aaltje Spier werd gezegend door maar 1 dochter, die helaas op negentienjarige leeftijd is overleden. Zeven maanden later verloor hij ook zijn vrouw Aaltje. Hij is later, hij was dan al 65 jaar, nog eens getrouwd. Hij overleed na 24 jaar huwelijk met Marianne Sarlouis die hem nog drie jaar zou overleven.
Joachiem, de jongste zoon van slager Berend de Vries, bleef ongehuwd. En ofschoon hij hard heeft gewerkt om de koosjere slagerij in naam waardig en zuiver te houden, heeft ook hij niet unnen zorgen dat de “Friesche Vleeschhouwerij” in handen bleef van een De Vries.

Maar Berend had elf kinderen. Zijn jongste dochter Aaltje de Vries was getrouwd met Levie Marcus een ferme koosjere slager in Dokkum. Hij werkte daar in de slagerij van zijn vader.
Levie en Aaltje kregen in Friesland minstens vijf kinderen, waaronder drie zonen, Abraham, Izaak en Jacob. Toen haar ongehuwde broers Chaiem (70) en Joachim (61), die het werk niet meer aankonden, in 1885 aangaven dat zij de 100-jarige slagerij wilden sluiten, besloten Levie (Leon) en Aaltje om de zaak over te nemen voor hun zoons Abraham, Izaak Jacob. Vader Marcus bleef in Dokkum om de zaak daar draaiende te houden. Toen in 1886 Levie Marcus in Dokkum overleed, werd de zaak daar verhuurd en vestigde de hele familie zich in Zwolle. Jacob begon later een eigen slagerij in Kampen en dus namen, na het overlijden van hun moeder in 1893, Abraham en Izaak Marcus, het hele bedrijf over. De slagerij  heette vanaf ca 1893: A. en Iz. Marcus.

Zie verder dit aardige artikel over de kosjere slagerij van Marcus uit het Nieuw Israëlietisch Weekblad van 4 oktober 1985.. Klik Hier

slagerij marcus

Advertenties

Over hanskwaster

I'm born in 1944 in Haarlem The Netherlands. My profession is visual artist and art teacher. I am married and have two sons.
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie, genealogie. Bookmark de permalink .

Een reactie op De Friesche Vleeschhouwerij

  1. hanskwaster zegt:

    Excuses voor het rare gegoochel met lettertypes. WordPress doet soms dingen met mijn tekst, waar ik geen weet van heb.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s