Adriaan Beeloo

Adrian Beeloo 1798-1878
De afbeelding hierboven is een foto van het portret van Adriaan Beeloo  dat Martinus Christiaan Schenk in 1865 heeft geschilderd. De foto is van de Rijksdienst voor Kunsthistorische Documentatie (RKD). Helaas is daar niet bekend waar het schilderij zich nu bevindt. Omdat ik graag een duidelijke kleurenafbeelding van het werk wil hebben ben ik op zoek gegaan. Ik verklap nu vast dat het voorlopig tevergeefs is geweest.

Adriaan Beeloo werd geboren in Rotterdam  op 20 november 1798. Bij de aanvang van zijn studie dacht hij dominee te worden, maar door omstandigheden is het daar nooit van gekomen. Zijn eerste baan was een administratieve functie bij justitie in Den Haag. In 1824 werd hij benoemd tot onderbibliothecaris van de Koninklijke Bibliotheek. Hij heeft dal al enige publicaties, poëzie en proza op zijn naam staan. Vijf jaar later, 1829, is hij getrouwd met Johanna Casparina Henrica Schad  [1]. Dat jaar werd Adriaan benoemd tot Lector aan de Militaire school voor de Marine in Medemblik. Hoewel zijn carrière steeds won aan glans, werd zijn huwelijk niet getooid met louter vreugde. Vijf van de acht  kinderen, die in Medemblik werden geboren,   stierven op zeer jonge leeftijd. In 1848 overleed ook zijn vrouw in Medemblik. Datzelfde jaar werd de school waar hij werkte opgeheven of eigenlijk verplaatst naar Breda waar het instituut werd samengevoegd met de Militaire Academie. In het najaar van 1850 vertrok Beeloo naar Amsterdam. Hij woonde daar in het bovenhuis van de Oudeschans nummer 25 met twee van zijn overgebleven kinderen; zijn zoon Adrianus Johannes Hendrik (1830) en zijn dochter Hendrika Catharina (1835). Zijn andere zoon, Johann Caspar Hendrik Beeloo (1832), was voor een militaire opleiding in Den Helder, hij zou zee-officier worden. Zijn zoon Adrianus J.H. werkt bij de Marine als ingenieur. In 1855 gaat deze zoon werken en wonen bij de Marine in Den Helder, maar komt in 1858 weer terug naar Amsterdam. Dat jaar trouwt hij met Catharina Margaretha Hendrika Philippina Martijn (1835), waarna hij zich vestigt in Kattenburg “straat aan de weg”. Daar worden hun drie kinderen geboren, waarvan er een binnen het jaar overlijdt. Zij gaan in 1863 weer naar Den Helder (en wonen daar in het “Palois”). In 1868 vertrekken zij uit Den Helder met hun kinderen (Adriaan en Johanna) naar Hellevoetsluis, vervolgens in  1870 naar Breda en in 1875 naar Rotterdam.

Terug naar onze Adriaan. In 1853 krijgt hij een nieuwe baan in Amsterdam: secretaris van de Provinciale Schoolcommissie. Later, na de invoering van de nieuwe wet op het lager onderwijs in 1857, wordt hij benoemd tot inspecteur op het Lager Onderwijs in Noord-Holland, met als standplaats Amsterdam. Ondanks zijn gevorderde leeftijd hoeft Adriaan zich niet te vervelen. Zijn werk voor het onderwijs is baanbrekend en hij oogst veel waardering. Daarnaast is hij lid van het dichtgenootschap ‘Kunstliefde spaart geen vlijt’. Behalve zijn dichtwerken schreef hij enkele toneelstukken, o.a. het blijspel: Maria Tesselschade Visscher op het Slot te Muiden, proza en poëzie voor almanakken en tijdschriften, maar ook lesmateriaal voor het onderwijs, zoals het nog lang gebruikte: Geschiedenis des Vaderlands voor jonge lieden (1856; 3de dr. 1863) en Grondbeginselen van opvoeding en onderwijs.

Als ook zijn dochter trouwt, in 1864, verhuist Adriaan mee en trekt in bij zijn schoonzoon Pieter Henry Bruijn in op het adres Overtoomscheweg 74. Op 6 juni 1865 wordt daar zijn kleindochter Johanna Henriette Bruijn geboren. Zijn zoon Johann Caspar Hendrik Beeloo , die in 1865 getrouwd is met Petronella Maria Elisabeth Cool,  woont in Haarlem.

In 1877 als hij bijna tachtig jaar is wordt hij eervol ontslagen van zijn functie als onderwijsinspecteur. Onduidelijk is of zijn ontslag iets te maken heeft met de  problemen waarin zijn schoonzoon Pieter Bruijn [2] verzeild raakt in dat jaar. Zijn dochter Hendrika en haar dochter gaan op de Overtoomscheweg 74 wonen en Adriaan vertrekt naar zijn zoon  Adrianus J.H. in Rotterdam.  Als Pieter weer vrijkomt in 1879 vertrekt het gezin naar Amerika.
Op 4 oktober 1878 is Adriaan Beeloo in Rotterdam overleden.

De vraag is nu; voor wie heeft Martinus Schenk het portret geschilderd?

Het schilderij is gedateerd op 1865, het jaar dat hij is ingetrokken bij zijn schoonzoon Pieter Bruijn. Die had een riant inkomen van de Kanaalmaatschappij ( f 4000.-), maar was nog niet begonnen met zijn malversaties. Was hij het toch die het portret bestelde of werd het besteld door de provincie Noord-Holland, omdat hij dan tien jaar inspecteur is? Het kan ook bestemd zijn geweest door de Haagse  afdeling van de ‘Hollandsche Maatschappij van Fraaie kunsten’ waarvan Beeloo als lid van het dichtgenootschap een van de voorlopers en aanstichters is geweest. Aan de andere kant is !865 ook het jaar dat hij toetrad tot de Amsterdamse gemeenteraad. Maar het lijkt mij onwaarschijnlijk dat de gemeente de opdrachtgever is geweest. Als Bruijn het had besteld, zou hij het dan hebben meegenomen naar Amerika? Of zou hij het naar de broer van zijn vrouw hebben gebracht? Misschien bevindt het zich nu in het depot van het letterkundig museum, zonder dat iemand het weet.

Ik hoop dat iemand, die een antwoord heeft, dit leest en de moeite neemt om te reageren.

[1] Den Haag, 2 december 1829, huwelijksakte 362
Zie ook: Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (NNBW) deel 5 – 29. 30 Blok/Molhuysen 1921.

[2] Over deze Pieter Henrij Bruijn is een apart boek te schrijven. Ook Pieter Bruijn kwam uit een Rotterdams gezin. Zijn vader werd hoofdingenieur bij de Marine in Den Helder, maar Pieter werkte als klerk bij de directie van de Marine in Amsterdam. Vandaar maakte hij de overstap naar de Amsterdamsche Kanaal-Maatschappij, een maatschappij die kapitaal verzamelde om een kanaal te realiseren door de duinen bij Holland op z’n smalst, wat later het Noordzeekanaal is gaan heten. Bruijn werd er al in een vroeg stadium bij betrokken als “loco-secretaris”. In die functie behartigde hij de belangen van prominente en kapitaalkrachtige figuren uit het bedrijfsleven en de politiek. De Prins van Oranje werd als beschermheer/voorsitter aangetrokken en al snel was er een kapitaal van meer dan zeven miljoen gulden beschikbaar om het kanaal te realiseren. Later liep dat bedrag op tot boven de achttien miljoen gulden. Pieter werd later bevorderd tot secretaris van de Kanaalmaatschappij en had onbeperkt toegang tot de papieren van de maatschappij. Uiteindelijk heeft hij de verleiding niet kunnen weerstaan en heeft hij tussen 1869 en 1877 met regelmaat uitgeloten aandelen doorverkocht voor eigen rekening en zo de maatschappij voor ruim honderdduizend gulden benadeeld. Toen hij in 1877 hij een maandje verlof nam om samen met zijn vrouw hun koperen bruiloft te vieren, ontdekte de plaatsvervanger onregelmatigheden in de boeken en waarschuwde de directie. Toen Pieter terugkwam uit Parijs werd hij opgewacht door de voltallige directie, die hem om opheldering vroeg. Al vrij snel gaf hij zijn malversaties toe en werd de politie die in de kamer ernaast stond te wachten ingeschakeld om hem te arresteren en naar het bureau aan de Heiligenweg te brengen. Op 6 juli 1877 werd hij veroordeeld tot twee jaar hechtenis. Een relatief milde straf door de verzachtende omstandigheden en zijn belofte alle schade te vergoeden.

Advertenties

Over hanskwaster

I'm born in 1944 in Haarlem The Netherlands. My profession is visual artist and art teacher. I am married and have two sons.
Dit bericht werd geplaatst in Biografie Schenk, diversen, Geen categorie, genealogie, kunst. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s