Mevrouw Blankendaal

mevruw Blankendaal   Mevrouw Blankendaal
In mijn vorige stukje mijmerde ik over de namen van mijn jeugd in Haarlem.
Zo noemde ik even mevrouw Blok, die zulke mooie doeken met Indische taferelen in haar huiskamer had hangen en een prachtige serie olifantjes, van klein naar groot, op de schoorsteenmantel.
Ik vermelde bakker Hart, waar je alles meekreeg zonder te betalen.

Mijn vriendje Peter en ik speelde vaak op het platte dak van de schuur in de achtertuin. Wij waanden ons dan aan boord van een piratenschip op volle zee. Een nadere keer was de schuur onderdeel van de stadsmuur van Haarlem, die tegen de Spanjaarden verdedigd moest worden. In plaats van kokende pek gooiden we met modder van dooie bladeren naar de zusjes beneden, maar het effect was hetzelfde. Van de mooie blokken uit de blokkendoos sneden we houten zwaarden of we maakten pijl en boog van de hengel van mijn broer. Wij voelden ons onbespied voor de familieleden in de tuin. De schuur grensde aan de tuin van buurman Hanekroot, een gepensioneerde militair met een opvallend rode neus met putjes als een rijpe aardbei, ondersteund door een witte snor. (Dankzij de genealogie weet ik dat hij kantoorbediende was en sinds 1936 gescheiden leefde van zijn echtgenote.) De tuin van meneer Hanekroot zag er heel anders uit dan het slagveld dat door ons kinderrijk gezin ook als “tuin” was bestempeld. Een strak geschoren gazon werd omzoomd door kleurrijke borders. Eens ontdekten Peter en ik dat er aan de struik die tegen de wand van de schuur aan de kant van de buurman een appeltje was komen groeien. Eerst nog maar heel klein, maar de weken daarna zagen wij de vrucht in omvang toenemen. We zagen ook dat er een soort dons op groeide waaruit Peter de conclusie trok dat het een perzik moest zijn. Ik had nog nooit van een perzik gehoord, maar Peter wist te vertellen dat het de lekkerste vrucht was die er bestaat. Zo zoet en sappig dat de limonade langs je kin loopt als je er in bijt. Nou dat wilde ik wel eens proeven en met een schepnetje uit het restant van mijn broers visspullen plukten wij de vrucht van de struik. Maar hij was helemaal niet sappig en smaakte wrang. Ik had al spijt dat ik in die mooie vrucht gebeten had nog voordat alles uitkwam en ik verantwoording moest afleggen bij mijn vader, die mij met moeite uit de wraakzuchtige klauwen van de buurman wist te houden.

Maar ik wilde eigenlijk wat anders vertellen. Dat gaat over mevrouw Blankendaal, de vrouw van de groenteboer.
Soms ging ik met mijn moeder mee naar de groenteboer op de hoek van de Wilgenstraat en de Plataanstraat. Ik vond dat altijd wel spannend. Vooral als moeder aardappeltjes kocht die zij liet schrappen. Mevrouw Blankendaal gooide dan de gekochte aardappelen in een grote groene gietijzeren machine. Zij drukte op een knop en er klonk een reusachtig geraas en gesis, maar de machine bleef onbewogen aan het werk. Na enkele minuten al stopte het apparaat en de groentevrouw opende een klep en ziedaar er kwamen allemaal goudgele aardappeltjes naar buiten rollen in de schaal die zij er onder hield. Ik genoot daarvan en bepaalde voor een groot deel het ontzag dat ik voor haar had.
Het was een grote pezige vrouw met enorme handen waarmee zij in een onbewaakt ogenblik stevig in je wang kon knijpen. Haar lange zwarte haren waren opgestoken, al sliertte er wel hier en daar wat pieken uit. Zij had felle donkere ogen die waakte over de appels en peren die in de kisten voor de etalage stonden. Wee de knaap die probeerde er eentje weg te kapen. Met haar lange benen in de wijde rok had ze de dief snel te pakken en in gedachte zag ik de onverlaat dan in de schrapmachine verdwijnen.

De herinneringen aan mevrouw Blankendaal zijn hier en daar wat aangezet door de verhalen die er later over haar werden verteld.
Zo weet ik nog dat ergens begin jaren vijftig Sinterklaas bij ons zijn opwachting maakte. Wij allen zaten in de kamer te zingen met een hart dat “vol verwachting klopte”. Sinterklaas kwam binnen en werd door mijn ouders naar mijn vaders fauteuil gedirigeerd die voor de gelegenheid tussen de schuifdeuren was geplaatst. Hij had het “grote boek” meegenomen waaruit hij kwistig reprimandes deelde voor alle kinderen afzonderlijk. Waarschijnlijk werd daarbij aan mijn adres ook de affaire met de perzik of de doos bonbons gememoreerd. Wij moesten dan een voor een bij Sinterklaas komen en werden na de boetedoening, meestal het zingen van een liedje, toch beloond met een cadeautje uit de grote zak die Sint had meegenomen. Sinterklaas zelf werd door mijn vader voorzien van sigaren en jenever, wat tot grote hilariteit bij mijn oudere broers en zusjes leidde. Ik wist toen niet dat onder die indrukwekkende baard mevrouw Blankendaal schuilging. Maar de groentevrouw liet zich niet kennen. Zij sloeg de ene na de andere borrel als een bootwerker achterover en pafte de sigaar alsof het meneer pastoor zelf was. Toen was mijn vader aan de beurt om voor de Sint te verschijnen. Om overzicht te houden op alle kinderen beval hij (zij) mijn vader om te knielen. Maar dat weigerde hij, zich beroepend op iets uit de geschiedenis (wat, weet ik niet meer) en weigerde ook om te zingen omdat hij alle aantijgingen in twijfel trok. Sinterklaas denderde dat hij dan in de zak mee moest naar Spanje. Om onduidelijke reden smeekten wij bijna huilend mijn vader om toch maar te knielen en te zingen, want hoe moest het dan zonder vader. Later zijn er momenten geweest dat ik dacht …

Advertenties

Over hanskwaster

I'm born in 1944 in Haarlem The Netherlands. My profession is visual artist and art teacher. I am married and have two sons.
Dit bericht werd geplaatst in diversen, Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s