Pieter Jacobsz Codde (2)

Ik kom nog even terug op het schilderij bij mijn vorige post.
Dat schilderij is gebruikt als een voorbeeld van genreschilderkunst uit de vroege 17de eeuw in: Tot Lering en Vermaak, door E de Jong (1976). De auteur schrijft in hoofdstuk 12 over Pieter Codde (1599-1678) bij het schilderij:
Gesprek over de kunst, Paneel, 43 × 56,5 cm, Parijs, Fondation Custodia (verzameling F. Lugt), Institut Néerlandais.
atelier kunstenaar en klant
“Dit schilderij is geïnterpreteerd als de weergave van een gesprek in een atelier tussen een schilder-tekenaar en een kunstliefhebber, dat handelt over de overeenkomst tussen natuur en kunst en over de juiste proporties in de kunst. Diverse elementen in de voorstelling horen zonder meer in een atelier thuis, zoals de tekenboeken en schetsbladen, de panelen en kleine beeldhouwwerken. Op de tafel liggen echter ook een viool en een luit en dat zijn voorwerpen die uiteindelijk buiten de directe benodigdheden van de beeldende kunstenaar vallen. Deze muziekinstrumenten hebben hier dan ook een overdrachtelijke betekenis.”
Maar in “Iets over Pieter Codde en Willem Duyster” A. Bredius in Oud-Holland jaargang 6 (1888) vind ik een inventarislijst uit 1623 van het atelier van Codde. Daarin wordt melding gemaakt van  o.a. prenten, tekeningen, gipsen beelden, een Luit en een viool.

Toch gaat de auteur van Tot lering en vermaak, er van uit dat hier een zinnebeeldig verhaal wordt verbeeld. Dat zou goed kunnen, maar ik denk dat Codde hier een staaltje van zijn kunnen wilde laten zien en ook een soort dubbel-zelfportret. Mogelijk heeft hij zichzelf en profiel weergegeven en zijn vriend en collega Willem Duyster en face. (Andersom lijkt logischer, maar de houding suggereert dat niet.)
Een aantal kunsthistorici, zich baserend op de beweringen van Ch.M. Dozy, denken dat Duyster een leerling was van Codde. Gezien het feit dat ze nagenoeg even oud waren acht ik dat onwaarschijnlijk.
Dozy haalt een zin aan uit een aangifte van mishandeling (Duyster is door Codde met een aarden kruik en een tinnen beker in het gezicht geslagen en verwond).
In die aangifte bij de schout beweren Duyster en getuigen dat er een ruzie ontstond tussen Duyster en Codde nadat Duyster Codde uitdaagde tot een duel. Codde beweerde  dat Duyster ooit zijn vriend was. Kennelijk had de ruzie een oudere oorzaak. Want Duyster ontkende de vriendschap en noemde Codde een schelm als hij niet zou komen opdagen voor een duel met de “wackere pedarm” (= een kort zwaard).
Dozy trekt juist uit het ontkennen van de vriendschap de conclusie dat Codde dus Duysters leermeester was, maar ik vind dat veel te dun.
In haar scriptie “Soeckende Verwerf Ick” trekt ook drs. Philippine de Witt een leraar – leerling relatie in twijfel.
Dat Codde en Duyster elkaars werk goed kende spreekt uit de vele voorbeelden van overeenkomst in onderwerp en opvatting in hun beider werk. Zij kenden waarschijnlijk het werk van Brouwer, Steen en Hals. Vooral het werk van Dirk Hals (de jongere broer van Frans Hals), die maar een jaar of vijf ouder was dan de twee kemphanen, heeft veel overeenkomsten met dat wat zij maakten. Hoewel ook Codde nog veel navolgers heeft gehad is zijn naam bijna twee eeuwen in vergetelheid geraakt.

Wordt vervolgd …

Advertenties

Over hanskwaster

I'm born in 1944 in Haarlem The Netherlands. My profession is visual artist and art teacher. I am married and have two sons.
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie, genealogie, kunst. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s