God in ’t diepst

wp_20180701_14_59_53_pro

Daar sta je dan op een zonovergoten zondagmiddag in een donkere bollenschuur in Berkhout tegenover een groot zwart schilderij met kleurige vlekjes. Ik ben niet de enige bezoeker, want er wordt luidruchtig, hartelijk verwelkomd met lachsalvo’s en klapzoenen.
Op het schilderij gebeurt iets bijzonders. Het zwart wordt kleur en de kleur wordt licht. De verf is getuige van de hand en de geest die het maakte. Het raakt mij.
Thuisgekomen word ik boos en verdrietig, verward en ontdaan om de domheid en onrecht in onze  maatschappij anno 2018. Kunst is tot een “linkse hobby” uitgeroepen door de populisten die de wereld ondermijnen. Kunst op een voetstuk plaatsen is iets raars van de “linkse elite”. Daardoor probeert men kunst te ontdoen van het meest waardevolle dat het in zich heeft: “
de aller-individueelste expressie van de aller-individueelste emotie” .

Waarom moet men zich afzetten tegen alles van waarde. Waarom omarmen we massaal de van clichés doordrenkte populaire uitingen, dat we ongegeneerd kunst noemen en laten we de aller-individueelste expressies wegkwijnen in steriele galeries of in pretentieloze bollenschuren?

Ik ben niet zo van deze eeuw.

Sonnet

Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten,
En zit in ’t binnenst van mijn ziel ten troon
Over mij zelf en ’t al, naar rijksgeboôn
Van eigen strijd en zege, uit eigen krachten.

En als een heir van donkerwilde machten
Joelt aan mij op en valt terug, gevloôn
Voor ’t heffen van mijn hand en heldere kroon:
Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten.

— En tóch, zo eindloos smacht ik soms om rond
Úw overdierb’re leên den arm te slaan,
En, luid uitsnikkende, met al mijn gloed

En trots en kalme glorie te vergaan
Op úwe lippen in een wilden vloed
Van kussen, waar ‘k niet langer woorden vond.

Willem Kloos (1859 – 1938)

(Sonnet nummer V werd voor het eerst gepubliceerd in 1895)

“Een veel geciteerde uitspraak van Kloos is dat kunst de aller-individueelste expressie van de aller-individueelste emotie moet zijn. Vorm en inhoud zijn onscheidbaar; het gaat om l’art pour l’art (kunst om de kunst)”, schrijft iemand bij Wikipedia.

(De foto heb ik geleend van Thérèse

Advertenties
Geplaatst in diversen, Geen categorie, kunst | Een reactie plaatsen

J. Schouten

IMG_8478

 

 

 

Hetzelfde zeegezicht van J Schouten 1923 nu met lijst

Omdat mijn lieve nicht Tilly vanuit Amerika met stelligheid meldde dat het schilderijtje van mijn vorige post gesigneerd is door J. Schouten, ben ik toch maar doorgegaan met zoeken op dat spoor. Mijn “Scheen” (een groot cadeau van mijn even grote broer Frans) noemt nogal wat mensen met de achternaam Schouten (15 stuks).
Omdat het werkje gedateerd is op 1923 vallen er wel een aantal af omdat zij dat jaar niet actief waren. Enkelen waren dan al dood en anderen waren veel te jong of nog niet geboren. Al met al blijven er maar drie over:
Jan (Johannes Lourens) Schouten, 1852 – 1960
Jan Schouten, 1906 – 1987
Jacobus Cornelis Schouten 1901 – 1986

De eerste is de bekendste. Hij was bouwkundige en glazenier, maar heeft ook geschilderd. Zijn faam ontleent hij vooral aan de gebrandschilderde ramen voor de grote kerk in Gouda. Zijn atelier in Delft is nu het Jan Schoutenhuis. Maar uit de beschrijving van zijn werk vind ik geen aanwijzing dat hij de schilder zou kunnen zijn van mijn onderwerp.

De tweede werd geboren in Rotterdam en was in 1923 pas 17 jaar. Daarmee valt hij nog net binnen de categorie kanshebbers, maar ik lees over hem dat hij portretten, stillevens en landschappen maakte. Ook maakte hij enkele “uitstekende” muurschilderingen. Behalve kunstenaar was hij ook priester en (kunst)historicus. Hij kreeg vooral betekenis omdat hij werd benoemd tot directeur van de Goudse musea waarbij hij zorgde voor een aanzienlijke uitbreiding van de collectie. In 1963 promoveerde hij tot doctor in de letteren en wijsbegeerte en was o.a. lid van Arti et Amicitiae in Amsterdam. Natuurlijk kan mijn schilderij een jeugdzonde van hem zijn geweest, maar gezien zijn loopbaan lijkt het mij onwaarschijnlijk.

De laatste werd geboren in Nijmegen en is overleden in Zoetermeer. Hij was leerling van “Kunstoefening” in Arnhem, waar hij les kreeg van o.a. J.H. Geerlings. Scheen en ook de RKD (rijksdienst voor kunsthistorische documentatie) vermeldt dat hij voornamelijk “zeeën, landschappen, bloemen en figuurstukken (deze in mindere mate)” heeft gemaakt.
Via Google kom ik er achter dat van hem ooit een schilderij is geveild bij het Notarishuis in Arnhem: Jacobus Cornelis Schouten (Nijmegen 1901-1986 Zoetermeer) – Woeste zee – doek – 48,5 x 48,5 cm – ges. r.o.en gedat. 1931. Helaas was daarbij geen afbeelding.
Ook vond ik een recensie in het Algemeen Handelsblad van 1 maart 1936 (zie Delpher )

Een tentoonstelling bij Kleijkamp in Den Haag op 28 februari 1936.
En dan moet men in de bovenzalen aan den anderen kant van de trap de schilderijen van dien jongen wildeman te gaan zien, die Jan Schouten heet. Permeke is er een salonschilder bij! Wat een wildheid, wat een ruwheid! Neen, dit is zeker nog geen kunst. Maar het is echt, het is stellig geen uiting van een zucht tot overdonderen. En dan is zulk wild werk van een zoo jong mensch ons bij voorbaat sympathiek en gaan wij vlijtig zoeken of er wat in zit. En er zit wat in! Die ruw gesmeerde zeeën golven en die vuilgeveegde schuiten schommelen en die paar bonkige huisjes zijn uit den grond gegroeid en men weet ze woningen van menschen die óók groeisels van dien grond zijn. ’t Is allemaal onhandig en schichtig geschilderd. Maar het is gevoeld en… er is van dat gevoel al iets in uitgestort.
Laat Schouten maar wat uitdaveren. Van dezen „most” gelooven wij, schoon hij zich „ganz absurd gebärdet” te kunnen zeggen: „Er gibt zuletzt doch einen Wein”.

Let op: De scribent heeft het over Jan Schouten. Maar misschien heeft hij dat gedacht omdat het gesigneerd was met J. Schouten. Zou dit dan toch de maker zijn van ook mijn schilderij? En waarom kan ik verder niets over hem vinden?

Geplaatst in diversen, Geen categorie, kunst | 2 reacties

Schooten voor de boeg

Een van mijn hobby’s is om bij de kringloopwinkel schilderijtjes te kopen waarvan de lijst mij bevallen om ze vervolgens schoon te maken en waar nodig te repareren. Het schilderijtje dat er in zit is vaak ook heel smerig en heeft soms een vergeeld vernis. Dan is het leuk om daarop mijn schoonmaak methodes uit te proberen, want nergens op internet vond ik een handleiding hoe je dat moet doen. Soms is het resultaat zo aardig dat ik besluit om het werkje weer in de oorspronkelijke lijst te doen. Dit tot groot verdriet van mijn lieve vrouw Thérèse, die zich opgescheept ziet met schilderijen die zij verfoeid, hetzij door de somberheid, hetzij door de oubolligheid van de voorstelling. Maar ik vind het heel leuk en ga er ook vast mee door.
Ook vind ik het sport om de maker van het schilderij te achterhalen. Vaak is het gesigneerd met een voor mij volstrekt onbekende naam. Onlangs nam ik zo een schilderijtje onderhanden van een paar zeilbootjes op een nevelig water. Er stond een naam op, maar de signatuur zat half onder de lijst en door de mate van vervuiling sowieso niet leesbaar. De aardige klassieke lijst was, blijkens een etiketje achterop, van een lijstenmaker uit Loosdrecht en waarschijnlijk van vrij recente datum.
Na het uit de lijst nemen zag ik dat het gesigneerd was door J. Schooten en gedateerd op 1923. Het was op doek geschilderd en later op triplex geplakt (marouflage heet dat zo mooi).

schootenNu ik dat allemaal weet leek het mij niet moeilijk om de maker te achterhalen. Maar de werkelijkheid is soms lastiger dan je denkt. De lijstenmaker uit Loosdrecht heet Lannie Olie. Lannie’s Lijstenmakerij was gevestigd op de Nootweg 25 in Loosdrecht. Maar helaas bestaat die niet meer, zodat ik daar geen inlichtingen kan inwinnen. In het schilders lexicon van Pieter Scheen vond ik Jan Anthonius van Schooten (let op tussenvoegsel “van”). Deze Jan van Schooten (1870-1933) was schilder tekenaar en etser, geboren in Deventer, opgeleid in Den Haag en Amsterdam en was ook tekenleraar in Hilversum.
Een vergelijkbare afbeelding van een van zijn schilderijen heb ik niet kunnen vinden maar de signatuur op zijn tekeningen die ik wel vond bevatten allen of een “v” of het woordje “van” voor “Schooten”. Wel wordt zijn schilderstijl omschreven als “impressionistisch” en Hilversum ligt niet zo ver van Loosdrecht.
Misschien wordt dit wel gelezen door iemand die de signatuur herkent of iemand die zegt: Nee joh, er staat Schouten, Schroten of Sahooten of iets dergelijks.

signatuur

Wat vind jij?

Geplaatst in diversen, Geen categorie, kunst | 4 reacties

Inzicht

Charles-William-Meredith-van-de-Velde----De-stad-Koepang
Charles-William-Meredith-van-de-Velde—-De-stad-Koepang op Timor

Voorouderonderzoek verschaft mij veel plezier. Zo raak ik verzeild in werelden waarvan  ik tot voor kort geen weet had. Ook ontdek ik dat bewondering en respect voor ouders en grootouders gebaseerd is op blind vertrouwen en vage herinneringen. Zo leer ik mijzelf kennen en relativeren. Ik zie mijn fouten en tekortkomingen gespiegeld aan die van mijn voorouders en verwanten.
Na zoveel jaren van terugkijken in de tijd en wroeten in archieven heb ik een aardige verzameling van mannen en vrouwen die er voor gezorgd hebben dat ik besta. Daar zitten parels en diamantjes tussen die mij vervullen met trots. Anderen stemmen mij tot droefenis en medelijden. Soms vind ik iemand die een kwalijk karakter moet hebben gehad of in ieder geval niet altijd voor de juiste weg heeft gekozen en waarvoor schaamte op zijn plaats is. Echte misdadigers ben ik gelukkig (nog) niet tegengekomen, al is mijn oordeel vaak gebaseerd op vage aanwijzingen.
Speculeren over iemands verleden hoort bij de hobby en ook de fantasie verschaft mij veel plezier.
Neem nou het volgende geval.

De overgrootmoeder van mijn oma De Vries heette Anna Cornelia Kraijenhoff.
Deze Anna was eerder getrouwd met Frans von Winckelmann, maar kreeg met haar tweede man een dochter, Anna Dickelman , die op haar beurt weer de moeder was van Wilhelmina Arendsen Hein, de moeder van mijn oma de Vries die de meisjesnaam Corrie Eerdmans had.
Lang ben ik op zoek geweest naar akten of bewijzen van de geboorte van Anna Kraijenhoff. Die moet geweest zijn rond 1798 ergens in het voormalige Nederlands Indië. Ten tijde van haar huwelijk met Franz Willem Lodewijk von Winkelmann in 1824 woonde zij in Semarang. Ik heb haar genoteerd als dochter van Cornelis Johannes Kraijenhoff. Deze Kraijenhoff was majoor in het Ned. Indische leger en tot zijn dood in 1821 ook in Semarang. Toch is er met deze Kraijenhoff iets bijzonders aan de hand.

Cornelis Johannes Kraijenhoff werd in 1779 geboren op Timor (een van de Kleine Soenda eilanden, destijds een VOC nederzetting in het huidige Indonesië) als  zoon van Lodewijk (Louis / Ludovicus) Kraijenhoff een in Gorinchem geboren militair in dienst van het VOC.
Onze Cornelis Kraijenhoff is in 1815 te Alkmaar getrouwd met Maria Phitzinger. In de bijlage van de huwelijksakte lees ik dat de dan zesendertigjarige  Cornelis verklaart dat hij geen geboortebewijs, noch een bewijs van overlijden van zijn ouders kan overhandigen omdat hij op twaalfjarige leeftijd naar Holland is gekomen en nooit meer is teruggegaan naar Indië, waar zijn ouders woonden en zullen zijn gestorven.
Hier zet ik dus argwanend grote vraagtekens bij.
Hij trouwt als hij 36 jaar is met Maria Phitzinger, de vijftienjarige zuster van Johan Adam Phitzinger, een kapitein uit zijn regiment, die na het overlijden van de ouders is aangesteld als voogd van zijn twee zusters Maria en Carolina. Om aan de wettelijke verplichtingen te voldoen ronselt Kraijenhoff zes getuigen binnen zijn regiment in Alkmaar, die allen braaf verklaren dat hij inderdaad niet meer in De Oost is geweest sinds zij hem kennen en ook dat zij in het militaire stamboek hebben gelezen dat hij op Timor is geboren als zoon van Lodewijk Kraijenhoff en Maria Jansen.
Ergens klopt er iets niet.
Ik vermoed dat Kraijenhoff, na de Britse overname van het Bataafs/Franse gezag over de Nederlandse bezittingen in 1811 uit het leger is ontslagen en in 1812 naar Holland is gekomen. Daar heeft hij dienstgenomen in het leger van Napoleon. Vervolgens, na de Volkerenslag in 1813 en de verbanning van Napoleon naar Elba, is hij overgegaan naar het leger van de Verenigde Nederlanden en zo in Alkmaar verzeild geraakt.
Als dat klopt veronderstel ik dat hij die verwarring met het jaartal 12 en de leeftijd van 12 bewust heeft laten bestaan omdat hij wilde verzwijgen dat hij in 1798, hij was toen 19 jaar, een kind had verwekt bij een onbekende (inlandse?) vrouw. Dat kind, Anna Cornelia, droeg wel zijn familienaam maar toch heeft hij haar achtergelaten toen hij vertrok naar Holland. Waarschijnlijk wilde hij zijn jonge bruid niet verontrusten met de mededeling dat hij vader was van een dochter die ongeveer net zo oud was als zij. Hoe dan ook hetzelfde jaar vertrekt het echtpaar naar De Oost, want op 23 mei 1816 wordt in Batavia hun dochtertje Henriëtte geboren. In 1819 wordt op Ambon nog een dochter geboren, Louise. Maar twee jaar daarna, in 1821, sterft Cornelis in Semarang. Het blijft raden of Cornelia de laatste jaren voor 1821 nog herenigd is geweest met haar vader. Zij wonen dan beiden in Semarang en zo groot is daar de Europees/Indo gemeenschap in die tijd ook weer niet.
Daarmee is deze Cornelis Johannes Kraijenhoff dus weldegelijk een van mijn voorouder waarop ik overigens niet bijzonder trots ben.
Hoewel?

NB) De foto hierboven komt van deze interessante site

Geplaatst in diversen, Geen categorie, genealogie | 2 reacties

Vervolg boterblom

Dankzij mijn lieve zus Eefje heb ik hier de volledige tekst van het versje over de eerste boterblom.

De koeien en de boterblom

Toen de allereerste boterblom
Dit jaar boven het gras uitklom
Toen stonden om zijn boterkom
Vier koeien, dik en dom.

Ze keken naar dat gele ding
Dat voor hun grote koppen Sting
Te wiegen als een vlinderling
Voordat hij zitten ging.

Ze bromden: potverdrie nog toe,
Hoe durft die blom voor ons als koe
Te bloeien in de koeienpoe.
En een van hen zei: boe!

Toen draaiden zij met veel gebrom
Hun staarten naar de boterblom.
Zij bakten nog een verse drom
En keken niet meer om.

Maar toen de volgende dag
Het koeienstel de weide zag
Toen stond bij elke koeienplag
Een boterblom als vlag.

En ach-nog-toe, toen durfden zij
Niet meer te grazen in de wei.
Een koe heeft ook haar hovaardij.
“ Te veel eer.” zeiden zij.

Ontbreekt alleen nog de naam van de dichter(es).

Eindeloos speuren via Google heeft niets opgeleverd.
Nu begin ik te denken dat het misschien uit de pen van mijn vader is gevloeid.
Het volgende versje is zeker van zijn hand. Het sierde destijds bij ons thuis de deur van het toilet op de eerste verdieping. Hij had er ook een mooie tekening bij gemaakt, maar ik herinner mij niet wat dat voorstelde.

fontijntje

Wie zijn handen niet wast
Nadat hij poept of plast
Krijgt later vast
Van ziekten last.
Wie wil er nu als gast

Een worm in zijn bast?

Geplaatst in diversen, Geen categorie | Een reactie plaatsen

Een vergissing is menselijk

geboorteakte tante mina 1823

Dit is de geboorteakte van Wilhelmina Frederica Arendsen Hein. De tante van mijn overgrootmoeder naar wie zij duidelijk is vernoemd.
“Tante Mina” is dus in 1823 geboren in Elburg.
Mijn overgrootmoeder is geboren in 1856 in Cheribon (Java, Ned. Indië) en heette dus ook Wilhelmina Frederika Arendsen Hein. Zij was een voorkind van Georg Arendsen Hein en Anna Dickelman. Georg en Anna waren destijds (nog) niet getrouwd. Misschien was hun ongehuwde status de reden dat Georg zijn dochtertje vernoemde naar zijn “lievelings-?” zuster en niet naar zijn moeder of grootmoeder.
De Wilhelmina van de akte was de dochter van mijn bet-overgrootvader Steven Albert Arendsen Hein en zijn vrouw Lucia Barbara Schratenbach van Burmania. Freule Lucia was de laatste telg van het roemrijke geslacht, dat teruggaat tot de vroegste geschiedenis van de Friese adel.
Steven Hein had al voor zijn huwelijk zijn familienaam laten registreren als Arendsen Hein (waarschijnlijk om zich daarmee wat meer status te verwerven en/of om zijn aanstaande schoonvader te imponeren).
Daarom fantaseer ik bij deze akte dat toen Steven aangifte kwam doen bij de burgerlijk stand, hij de roemrijkste voornamen uit hun beider voorgeslachten wilden gebruiken. Bijvoorbeeld bet-overgrootmoeder van zijn vrouw; Anna Dodonea Thoe Schwartzenberg en Hohenlandsberg (1658 – 1714) en zijn overgrootvader; de beroemde dominee Casimir Albrecht Hein (1725 – 1794 ). Maar weer thuiskomend vertelde hij aan Lucia dat hij zijn dochter als Anna Casimira Dodonea Albregta had laten inschrijven. Ogenblikkelijk werd hij door zijn vrouw teruggestuurd met de mededeling dat Wilhelmina Frederica (zoals zij hadden afgesproken) mooi genoeg is. Dus werden de getuigen weer opgetrommeld en in het register van de burgerlijke stand de verandering aangebracht.

Geplaatst in diversen, Geen categorie, genealogie | 2 reacties

De eerste boterbloem

Ik roep de hulp in van mijn familie en andere vrienden.
Thérèse had zulke mooie boterbloemen gefotografeerd (ik bedoel dat zij zulke mooie foto’s had gemaakt van boterbloemen aan de waterkant). Daarbij moest ik denken aan een versje dat Eefje of Noortje declameerde toen ik nog van niets wist. (Weet ik nu zoveel meer, vraag ik mij af.)

de eerste boterbloem
Het gaat ongeveer zo:

Toen de eerste boterblom
Dit jaar boven het gras uitklom
Toen stonden om haar ….
Vier koeien, dik en dom.
Zij keken naar dat rare ding
Dat voor hun kop te wiebelen sting
En … …



Zij bakten X X X nog een verse trom
En keken niet meer om.

Bij de kruisjes in de voorlaatste regel klapte de declamante in de holle hand om het geluid van de vallende koeienpoep na te bootsen. Zo prachtig vond ik dat laatste dat ik door de spanning van wat komen ging een aantal regels ben vergeten.
Wie helpt mij aan de complete tekst en/of de naam van de dichter?

Geplaatst in diversen, Geen categorie | Een reactie plaatsen