Sentiment 2

HERINNERING

Moeder, weet je nog hoe vroeger
Toen ik klein was, wij tezaam
Iedre nacht een liedje, moeder,
Zongen voor het raam?

Moe gespeeld en moe gesprongen,
Zat ik op uw schoot, en dacht,
In mijn nacht-goed, kleine jongen,
Aan ’t geheim der nacht.

Want als wij dan gingen zingen
’t Ode, altijd-eendre lied,
Hoe God alle, alle dingen,
Die wij doen, beziet.

Hoe zijn eeuw’ge, grote wond’ren
Steeds beschermend om ons zijn,
– Nimmer zong je, moeder, zonder ‘n
Beven in je stem –

Dan zag ik de sterren fonk’ren
En de maan door wolken gaan,
d’Oude nacht met wijze, donk’re
Ogen voor me staan.

M. Nijhoff

Geplaatst in diversen, Geen categorie | Een reactie plaatsen

Sentiment

HET GEITENWEITJE

Op het geitenweitje
Staat het kleine geitje
Bij de grote geit.
Geiteke wat moet je
Met je fijne snoetje,
Dat zo klaaglijk schreit?

 Met je bleke bekje?
Geiteke, wat rek je,
Trek je aan het touw?
Snuffelde aan mijn mouwen …
Met je lief vertrouwen
In zo’n vreemde vrouw?

 In mijn handen stop je
Nu je jonge kopje:
Zeg, wat moet ik doen? …
Op het geitenweitje
Staat het kleine geitje,
Als een wittigheidje
In het prille groen.

           Jacqueline E. van der Waals.

 

Geplaatst in diversen, Geen categorie | 1 reactie

Gellicum

 

img_0895

Ontdek je plekje:. “Wie Gellicum vanaf de provinciale weg over de Lingedijk nadert wordt verrast door zo’n oer-Hollands uitzicht dat men zich in een voorbije eeuw waant.”
Hoort u daarbij de strijkers en de omfloerste stem van Joop Schekkekens?

Gister had ik zo’n ervaring. Ik ging naar Gellicum om daar naar werk van overgrootvader Schenk te kijken. Al lang geleden had ik ergens gelezen dat er in de RK Kerk van Gellicum ook kruiswegstaties van M.C. Schenk zouden hangen. Eerdere pogingen om de kerk te bezoeken waren op niets uitgelopen. Maar nu had ik een afspraak met de koster kunnen maken en werd mij een blik op het interieur gegund.
Maar eerst even over het exterieur. Zoals op de foto te zien is denk je dat het een eenvoudige bakstenen kerk is, zoals we er zoveel in ons land kunnen vinden. Maar schijn bedriegt. Het kerkje staat op een terp achter de Lingedijk en heeft een ontstaansgeschiedenis die wel 900 jaar oud is en bevat nu drie onderdelen. De toren is het oudste gedeelte, begin 14de eeuw. Ook de noordbeuk (op de foto de achterzijde) en de aangebouwde sacristie (op de foto lijkt het een kruisbeuk) is van latere datum, ca. 1520. De luidklok uit 1611 is in 1943 door de bezetter gevorderd voor haar oorlogsindustrie. In 1636 is er aan de westkant (links op de foto) tegen de toren een zgn. Rechthuis van het schoutambt Gellicum gebouwd, dat later dienst deed als vergaderzaal van het polderbestuur.
In 1870 is de kerk onderhanden genomen door de architect Alfred Tepe. Hij liet het grootste gedeelte van de kerk ommetselen, zodat de authentieke kerk aan het oog is onttrokken. De leden van het Bernulphusgilde hebben zich vervolgens over het interieur ontfermd. Zo vinden we daar een vroeg neogotische preekstoel en een biechtstoel, zo te zien uit het atelier van F.W. Mengelberg. Ook het hoogaltaar zal door hem zijn gemaakt, al wordt dit in de stukken toegeschreven aan Mart C. Schenk. (Waarschijnlijk omdat het door hem is gesigneerd op een aantal onderdelen van het retabel.)

altaar-gellicum-linksvooraltaar-gellicum-linksmiddenaltaar-gellicum-rechtsmiddenaltaar-gellicum-rechtsvoor

De kruisweg staties zijn niet gesigneerd, maar zijn zeker ook van Schenk.

gellicum-i  gellicum-ii  gellicum-iii

Deze zijn geschilderd op houten panelen (zie de barst in de 7de statie hieronder) en in het atelier van Mengelberg voorzien van lijsten met tekst en kruisjes met statienummer.

img_0914

Hier is nog een woordje van dank op zijn plaats aan de koster van de kerk die mij heeft rondgeleid en van alles heeft verteld over het gebouw en de omgeving.

Geplaatst in Geen categorie | 5 reacties

Willem Hart

Ik heb hier al vaker de loftrompet gestoken over genealogie in combinatie met internet. Nog steeds vind ik het fantastisch wat er allemaal is gepubliceerd over mensen uit een ver of minder ver verleden. De oudere generaties zijn er niet meer, hen kan ik het niet meer vragen en dan nog is het de vraag of zij dat allemaal geweten hebben. Wel is er ook een gevaar te melden, waarvan ik het slachtoffer dreig te worden.

ER IS ZO VEEL

Als men zich beperkt tot de eigen voorouders is dat uitdagend genoeg en leidt dat misschien wel tot inzicht over het eigen functioneren.
Maar ik wil zo vaak van alles weten over mensen die ik toevallig tegenkom. Ik bedoel dan dat ik zoekend naar een familielid stuit op de vermelding van een persoon die een gelijkluidende naam heeft, maar niet tot mijn familie behoort. Als daarover dan iets opvallends wordt vermeld springen mijn haartjes overeind en wil ik er alles van weten.

Ik zal u een voorbeeld geven:
Een van mijn nichtjes is mijn petekind Astrid Hart. Haar vader Aat Hart was (hij is helaas overleden) een ex-zwager, waar ik hele mooie herinneringen aan bewaar. Onlangs begon ik met het uitzoeken van zijn genealogie.

Zijn vader, meneer Hart, had ik nog gekend. Sterker nog, ik heb een tijd bij hem in huis gewoond. Toen heb ik ook zijn beide dochters leren kennen. Ik hoorde van zijn broer, die in Utrecht net als hij een zaak had in verf en behang. Maar verder heb ik mij met zijn afkomst of verdere familie niet beziggehouden.
Nu ontdekte ik dat “meneer Hart” geboren was in Enkhuizen als Meindert Jacob Hart. Enkhuizen is de buurgemeente van mijn huidige woonplaats, wat voor mij heel opmerkelijk is maar u hoogstwaarschijnlijk niets zegt.
Generaties Hart hebben in Enkhuizen gewoond en wonen er nog. In de negentiende eeuw waren het hoofdzakelijk vissers, timmerlieden en broodbakkers. Of eigenlijk waren dat drie verschillende takken. Het kwam wel voor dat de zoon van een visser timmerman werd, een telg van de broodbakker toch de zee op ging om haring te vangen of andersom. Maar doorgaans bleef men generaties lang het beroep van vader doorzetten. Maar niet alle Harten bleven in Enkhuizen. Vooral bij de bakkers vestigde een van de zonen zich in een andere Westfriese plaats. Ook Meidert Hart kwam uit de tak van broodbakkers. Zijn vader Pieter Hart trok zelfs nog verder weg. Hij kwam terecht in Schoten bij Haarlem waar al een achterneef bakker H. Hart zich met succes gevestigd had. Maar dat wilde ik allemaal niet vertellen.

Ik wilde het hebben over Willem Hart, koorddanser, toneelspeler, toneeldirecteur en schouwburgdirecteur. Hij werd in 1849 in Meerkerk geboren en is overleden in 1933 in Antwerpen (zie: https://www.genealogieonline.nl/stamboom-de-bruijn/I17935.php )

Ik kwam in het Haarlemsch Dagblad een aantal recensies tegen van stukken die waren opgevoerd in de schouwburg van Willem Hart.

En meer berichten over dit fameuze gezelschap, dat voornamelijk bestond uit Willem Hart en zijn vrouw Geertje Hazenhorst (in een van de stukjes wordt zij abusievelijk aangeduid als Hazenhout) en hun zes van zeven kinderen aangevuld met acteurs van buiten als Johan Nagtegaal enz..
Het bleek een reizende schouwburg die op vele kermissen in het hele land hun voorstellingen gaven.
Bij zijn huwelijk op 29 januari 1873 in Leiden met Gertrudis Hazenhorst was Willem nog koorddanser van beroep. Maar “na een val als trapezewerker” werd hij toneelspeler samen met zijn vrouw en enkele anderen speelde hij sketchjes en stukken op kermissen in de circustent die hij had overgenomen van zijn vorige baas. Een tijdlang loste hij zijn woon- en vervoersprobleem op door een boot te kopen waarmee hij rondtrok. Van lieverlee gingen zijn kinderen een steeds belangrijkere rol spelen in het theatergebeuren. Vooral zijn dochter Jeannette heeft nog een carrière gemaakt als actrice samen met zijn zoon Willem. Zijn zoon Frans werd eigenaar van het Kennemer Theater in Beverwijk dat tot de 1940 ingericht was als bioscoop en later onder diens zoon nog lang heeft bestaan.
In de theater-encyclopedie staat alleen iets over zijn kleinzoon Wim Hart (5 juli 1926). Hij speelde op zijn zesde jaar zijn eerste rol in “Beatrijs” bij het gezelschap van zijn vader Willem Hart (1884-1955), tante Netty Hart (1882-1971) en Piet Vink. Vanaf zijn 15e jaar was hij zowel voor als achter de schermen actief bij dit gezelschap, dat voornamelijk op kermissen werkte. Door toedoen van Adolphe Engers kreeg hij een engagement bij het Residentie Tooneel, waarna hij tot 1952 bij grote gezelschappen speelde. Hij maakte bovendien in 1948 een tournee met Hans Kaart. Hij reisde naar Canada, was terug in Nederland een seizoen regisseur bij de KRO-televisie (1959/60) en emigreerde in 1960. Thans is hij “professor of art” aan de universiteit van Sudbury in Canada.

Ach, “er is zoveel” zei ik al.

Teveel?

Geplaatst in Geen categorie, genealogie | 5 reacties

Opmerkelijk

gebr-hart-koningstraat-44-copyNatuurlijk heeft u het meteen herkend. Anders help ik u wel even. Het is de Koningstraat in Haarlem. Dat de kozijnen op de eerste etage er wat wrakkig uitzien, ligt aan Google Streetview van wie ik deze afbeelding heb geleend. Een bordje aan de gevel laat ons weten dat in het huis rechts Nicolaas Beets werd geboren. Wat er niet bij staat is dat in het huis links HONDERD jaar geleden vier broers hier de Zuid-Hollandse Papierhandel begonnen met de verkoop van (behang)papier.
haarlems-dagblad-16-mrt-1918

Hun vader was Piet Hart, die broodbakker was in Schoten, maar zij kwamen uit Enkhuizen, dus voor hen was Haarlem echt wel het zuiden van Holland. Later hebben ze de naam veranderd. haarlems-dagblad

 

 

Hun bedrijf zou uitgroeien tot  Hart’s Behang. Decennialang een begrip in Haarlem en Utrecht.
Ik bewaar warme gevoelens aan de familie Hart. Ik heb een halfjaar gewerkt in de Kl. Houtstraat en heb er o.a.  leren behangen, waar ik mijn verdere leven veel profijt van heb gehad.

Dus van mij mag er een bordje op de gevel komen: Hier werd in 1916 de firma Hart’s Behang geboren.

Geplaatst in diversen, Geen categorie, genealogie | 1 reactie

Thérèse strooit met pareltjes

Ik wil nu ook wel eens een stukje schrijven waar mensen blij van worden.
Nee, ik ben niet jaloers!
De meeste stukjes schrijf ik om er zelf blij van te worden. Dat zet helaas geen zoden aan de dijk.
Ik zag bij mijn statistieken dat ik in de afgelopen zes jaar 170 stukjes heb geschreven. Dat is gemiddeld maar 1 per twee weken.  16 daarvan hebben een reactie uitgelokt. Ja zeker, dat is bijna 1 op 10. Het heeft mij in ieder geval veel plezier verschaft. Ik heb mijzelf verbaasd dat ik zoveel kon schrijven over dingen die lang geleden zijn gebeurd. Ik had er ook aardigheid in om de actualiteit op een grappige manier te bekijken, zelfs als ik daar heel somber van werd.
Maar nu is het afgelopen!
Vrolijkheid troef.
Wat is er vandaag gebeurd dat grappig was, waar ik mensen mee aan het lachen krijg, waar mijn lezer  (misschien wel twee) blij van wordt?
Ik moet denken … en denken … en ja misschien dit:

oud papir
Eens in de veertien dagen wordt hier in het dorp het “oud papier” ingezameld.
Daar is een schema voor, maar in principe is het elke twee weken op vrijdagavond (want het wordt gedaan door vrijwilligers) raak.
De winkel aan de overkant zet elke keer een forse stapel aan de straat. Daarmee vergeleken is het doosje oude kranten en reclamefolders, een paar enveloppen van overtollige post, wat aantekenblaadjes en een enkele mislukte tekening nauwelijks de moeite waard.
Vandaag was het veertien dagen sinds de vorige ophaaldag. We zagen de jongens van de overkant de dozen en pakken papier opstapelen tot grote hoogte. Ook ik zette zoals het hoort mijn doos voor bij het hek.
“Hee,” riep Thérèse opeens “ze sjouwen alles weer naar binnen!”
Ze herinnerde zich opeens dat ze ergens gelezen had dat vanwege de vakantie de ophalers een beurt oversloegen, maar ze was er niet zeker van.
“Haastig zocht ik op internet de website van de gemeente op en las daar dat er gewoon opgehaald zou worden.
Nee dus.
Nu heb ik de doos weer binnen gezet en maar meteen wat diverse buren er bijgeplaatst hadden.
Thérèse is daar helemaal niet blij mee. Maar misschien heb ik jou wel blij gemaakt met mijn stukje.

Geplaatst in diversen, Geen categorie | Een reactie plaatsen

Muiterij op de Zeven Provinciën

Op zaterdagavond 4 februari 1933 brak er muiterij uit op het Nederlandse oorlogsschip De Zeven Provinciën bij de noordoostpunt van Sumatra bij de rede Oleh-Leh van Koeta Radja. De onmiddellijke aanleiding voor de muiterij was het toepassen van een korting op de salarissen van het Europese en het inlandse marinepersoneel. Na een week te hebben gevaren onder bevel van de muiters werd het schip op 10 februari ter hoogte van de straat Soenda door een bom uit een Dorniervliegtuig getroffen. Het gevolg: 23 doden en vele gewonden en einde van de muiterij.

Zo begint het lemma over deze gebeurtenis op Wikipedia. klik hier Het beschrijft de context en de gevolgen van het drama.
Waarom ben ik er nu  zo in geïnteresseerd?
Tijdens mijn speurwerk naar de geschiedenis van “Oom” Leen Koppen, ontdekte ik dat een zoon van zijn broer Hendrik Koppen zich tijdens de muiterij aan boord van het schip had bevonden[1]. Dat staat o.a. in een krantenbericht dat ik vond op Delpher: Nieuws van de Dag voor Nederlandsch Indië van 6 februari 1933. klik hier

Wat er aan boord precies plaatsvond weet ik niet. En zo mooi als een van de muiters zelf kan ik het toch niet beschrijven. Lees daarvoor het Artikel in het familieblad “De Uilenspiegel” van 3 februari 1963 door Maud Boshart, één van de deelnemers aan de muiterij.[2] Zie hier

Mijn interesse is vooral gewekt doordat diverse personen uit mijn genealogie hiermee te maken hebben gehad.

Op de eerste plaats natuurlijk Luitenant ter Zee H.T. Koppen, die zich aan boord bevond.

Lt Koppen off zeven provincien deze foto komt van Geheugen van Nederland

Ten tweede George Alexander Koppen, die zich de jaren daaraan voorafgaand sterk had gemaakt voor een luchtmacht afdeling van het KNIL. Het “Dornier” watervliegtuig waarmee de bom op het schip werd gegooid was mede door hem getest en aanbevolen.

g.a. koppen luitenant G.A. Koppen zoals hij in het boek staat afgebeeld.

vice-admiraal J F OstenMaar ook, nu wordt het moeilijk om te volgen, de commandant van de zeemacht van het KNIL in 1933, was de viceadmiraal John F. Osten. (Even uitleggen: Deze Osten was een achterkleinzoon van Jean Pierre Osten en Johanna Muller. De laatste was mijn voormoeder Johanna Muller en dus de moeder van de kinderen van  Suffridus Eerdmans, de chirurgijn waarover ik nu al meer dan vijf jaar aan het schrijven ben.) Het was dus onder het bevel van John F. Osten dat de operatie tegen de muiters plaatsvond.

 

Ook deze foto is van Het Geheugen zie hier

 

“Dat was andere tijden, terug naar de onze.” Al is die, om met Erik Engerd te spreken, al net zo beroerd als de andere.

[1] Het betreft Hendrik Theodorus Koppen (broer van Piet Koppen, de schrijver van “Waag Veel …”)

[2] bron: Kontaktbrief nr. 3 Indonesië-Commissie CPN

Geplaatst in Geen categorie, genealogie | 2 reacties